Woestijnvis

19 december 2020

Woestijnvis

Waar hij nu is, wil ik uit liefdeswens niet weten.

Zijn lichaam leeft. Zijn geest is echter uitgedoofd.

De ziekte heeft zijn mensenwezen leeggeroofd.

Lang voor zijn beurt heeft hij zijn levensdraad versleten.

 

Een oord van stil gefluister en verstomde kreten.

Zijn ziel is bloedeloos, af van het bot gekloofd,

In wervelende pluim verkookt en doorgestoofd,

Zijn blik oneindig en de diepte niet te meten.

 

Wie van ons beiden is verbijsterd, wie verbluft?

Nog is niet elk sprankeltje licht al uitgestorven.

Al lijk je soms versuft en mentaal uitgepuft,

 

Je levensgeest verstikt, je adem wat bedorven:

Toch flikkert daar een glimmervonkje van vernuft,

Een vis in de woestijn die lang heeft rondgezworven.

 

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ook interessant?

Met de Franse slag

Met de Franse slag

Met de Franse slag Beneden ‘t hoge viaduct van Vilvoorde, Staat pruttelend de assemblageketen stil. ‘t Fabriek is...

Mars voor werk

Mars voor werk

Mars voor werk  Alweer trekt er een mars door de druipnatte straten. Geen witte rouw dit keer, maar vlammend rood en...

Weer uit Frankrijk

Weer uit Frankrijk

Weer uit Frankrijk  Terug doorheen een laan van diepgevroren bomen, De rijm aan het asfalt door koude wind geplakt,...