Ontslaving: staatshervorming

Doorzoek de site

Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Search in posts
Search in pages

10 december 2020

Het was nog nooit vertoond dat een arts een welbepaalde behandeling voorafgaandelijk aan een of ander staatsorgaan zou moeten voorleggen, met vermelding van de naam en toenaam, de geboortedatum en het adres van de patiënt. Dat vormde in mijn ogen een flagrante schending van het medisch geheim en van de privacy van de betrokkene.

We waren ons toen nog niet zo bewust van de privacy problemen als nu, maar het was toch ook al grotesk voor de verhoudingen van toen. De vraag die meteen rijst, is toch: “Wat gaan ze dan wel met de gegevens doen die ik hen ga sturen?” en ook: “Wie gaat daar over oordelen en welke criteria gaan ze hanteren?” En ten slotte: “Wat doen ze met die lijsten?”

In Brussel zijn er tot overmaat van ramp twee Ordes en twee PGC’s actief en bevoegd: de ene over de Franstalige en de andere over de Nederlandstalige artsen. Het zit ingewikkeld in elkaar, maar het kwam erop neer dat ik als Nederlandstalige arts in Brussel, in een overwegend Franstalige omgeving, aan een andere regelgeving moest beantwoorden dan de collega’s in de buurt die tot de Franse gemeenschap behoren.

Kortom, ik werd er niet goed van en zodoende ben ik gaan kijken of ik daar niet een stokje voor kon steken. Ik kon me immers niet voorstellen dat ik met de methadonverstrekking zou moeten stoppen of dat de ambtenarij me daarbij zou hinderen. Intussen had ik een groot aantal methadonpatiënten die van hun behandeling afhankelijk geworden waren, want het blijft een verslaving. Weliswaar onder medische vlag, maar dat maakt nu net het verschil voor hun gezondheid. Ik mocht hen hoe dan ook niet in de steek laten.

Het mocht echter niet zijn. Ik zag geen andere uitweg dan de politiek erop aan te spreken. Ik was toen lid van de linkervleugel van de Volksunie, die nu niet meer bestaat, maar die historisch van grote invloed is geweest in de Vlaamse bewustwording. Er zijn minstens twee nationalistische partijen uit voortgekomen die vandaag nog bestaan.

In 2000 was Bert Anciaux (1959) Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, Huisvesting, Stedelijk Beleid, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking. Het was een hele mondvol. Hoe dan ook vond ik de gelegenheid hem mijn probleem kenbaar te maken en hij gaf me de raad de toenmalige senator Vincent Van Quickenborne (1973) hierop aan te spreken, die even later naar de liberale VLD zou verkassen.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.