Geluk van deze wereld

Geluk van deze wereld

Het huis is ruim en schoon, een aangenaam gebouw.

De tuin omzoomd met ooftstruweel. Gesnoeide hagen.

Vers fruit en goede wijn; vertoon noch kinderwagen,

In ongestoord genot van toegewijde vrouw.

Honderd zeven en twintig bis bis

Honderd zeven en twintig bis bis

Een kruiwagen en koekoeksklokken

Een lucht van koekenbakkaneel

In’t rustige Steenokkerzeel.

Gehokt en met de kip op stokken

Honderd zeven en twintig bis

Honderd zeven en twintig bis

 Zonet zat hij vergeefs zijn Vlaams uit ‘t hoofd te blokken,

Nu is hij dood, gestorven in Steenokkerzeel.

Hij wilde graag naar buiten en dat was teveel

Gevraagd. Geboeid teruggebracht met wapenstokken!

Open ogen

Open ogen

Mijn beste vriend kijk toe en hou je ogen open.

Nog wat geduld, want ik ben weldra uitgetierd.

Vergeefs heb ik zo vaak mijn woede botgevierd,

Naarmate de schandalen tot tirades nopen.

Fout sonnet

Fout sonnet

Vanuit mijn venster heb ik uitkijk omtrent migranten,

En landverhuizers die hier vragen om asiel.

Voor sommigen is het een roeping of een stiel.

Ik zie ze bij het Klein Kasteeltje lanterfanten.

Het Kussen Van Semira

Het Kussen Van Semira

De vlucht naar Togo loopt op Zaventem intussen,

Nog voor hij kan vertrekken staand op het tarmac,

Vertraging op door een in-tragisch ongemak,

Want Semira Adamu stikte in een kussen.

Sprookje van Grimm

Sprookje van Grimm

Daar landt een vliegtuig vol vervolgde patjepeeërs,

Op het sissend tarmac  van vliegveld Zaventem,

Op reis naar hun onthaalverblijf in Wommelgem,

Ze nemen bussen, trucks en boten, onderzeeërs,

Zwarte Piet

Zwarte Piet

Op tafel liggen saam gevouwen zwarte handen.

Een Afrikaanse jongen, amper twintig jaar,

De kneukels kruiselings geschrankt in bidgebaar,

Hier aangespoeld uit de erbarmelijke landen.

Uit Antwerpen

Uit Antwerpen

Verkleumend bij de poorten van het Klein Kasteeltje,

Kwam hij mij tegen, de verdwaalde vluchteling,

Uit Antwerpen, met op zijn rug zijn huishouding:

Verdoolde sprookjesman, die net als Repelsteeltje,

Zorgen om de zorg 

Zorgen om de zorg 

Er heeft een Belg een Marrokaan omvergeschoten!

Meteen komt het in Antwerpen tot fikse rel,

En in het straatbeeld woedt de losgebroken hel.

De burgemeester, als gewoonlijk uitgefloten:

Antwerpse mode

Antwerpse mode

De schepen hebben koers gezet naar ‘t Hoge Noorden.

De koningsklok weerklinkt met luisterrijke galm.

De Tall Ships Race schiet op. Het water glad en kalm.

Het televisiebeeld niet breed genoeg voor woorden,

 

Ode aan Léona Detiège

Ode aan Léona Detiège

De laatste keizerin, uit zaad van rode tsaren:

Een socialistisch kleedje heeft ze uitgezocht,

En was plotsklaps voortijdig klaar en uitgekocht,

De doffe burgermoeder der Antwerpenaren,

De dooi van Sint-Elooi

De dooi van Sint-Elooi

Het Noorden water, ‘t zuiden koren op de molen

Bij vlagen waait een bitter taalressentiment

Gered is weer voorlopig het gouvernement

Leona heeft haar centen voor Antwerpse scholen.

Volkshuis

Volkshuis

Daarbinnen komt het feest tot schamele finale.

Ik ben net klaar met ’t rollen van een sigaret

Met bij gebrek aan vloei papier van de gazet

Hoe moet het verder na, dat staat niet in Van Dale,

Koekestad    

Koekestad    

Mevrouw roept op revolutiebarricades,

De hele week al uit gebruikelijke doen.

Nu springt ze op, dan schopt ze met haar damesschoen,

Of breekt weer uit in weergaloze scheldtirades.

Driving Miss Daisy

Driving Miss Daisy

Ik, haar chauffeur, heb haar carrière begeleid.

Van Mars en Bounty heb gevreten vele repen.

Van menig feest haar lijf naar huis heb moeten slepen.

En haar gesteund, geschraagd in haar groot stadsbeleid.

Het narrenschip

Het narrenschip

Het narrenschip Waar Brabo Antigoon met losse hand neervelde, Ligt blauw op straat en rood ligt kermend in de goot Op apegapen, en de schipbreuk is zo groot, Dat ze de stad op stelten zette en ontstelde!   Museum aan de stroom, Chicago aan de Schelde: Gesukkeld van de...

De bruine vloedgolf

De bruine vloedgolf

Toen Keizer Karel leefde, is de builenpest

Als Dulle Griet getrokken door Antwerpse straten.

Zo hebben velen er het leven bij gelaten,

Tot iemand kwam die heel de stal heeft uitgemest.

Onheilswolk

Onheilswolk

Wat voor een schaduw ligt daar over lage landen?

Daar drijft een bruine bui en breidt zich immer uit,

Vermengd met zwaveldamp van knallend wapenkruit,

En rookpluimen van aangestoken woningbranden.

De schreeuw van de leeuw

De schreeuw van de leeuw

Door merg en been gaat op de Nederlandse pleinen

Bloedstollend, oorverdovend akelige schreeuw.

Zo schreit de moe getergde Nederlandse leeuw.

Geteisterd, afgeschaft zijn de cultuurdomeinen,

Burengerucht

Burengerucht

Burengerucht Het is me wat bij de gestoorde Noorderburen: Het kikkerland, voor woorden altijd al te mal, Verkeert in hemeltergend trage vrije val, Een neder tuimeling die eindeloos blijft duren.   De kiezer legt regentenklasse in de luren. Ze zijn ten prooi aan...

No pasaran!

No pasaran!

De bijl ligt aan de wortelvoet van de beschaving.

Een roversbende maakt zich op en staat paraat,

Zich baas te maken van de helmstok van de staat.

Een nieuwe orde met hardhandige handhaving.

Vermoord

Vermoord

De Schelde en de Rijn zijn boordevol van tranen.

Een moordenaar heeft Nederland van Messias beroofd,

En van het beter vaderland dat hij hen had beloofd:

Een sageheld in strijd met draken en varanen,

Begrafenis van Pim Fortuyn

Begrafenis van Pim Fortuyn

Een doorn in het oog van rechtse partizanen:

Het wordt een christelijke staatsbegrafenis,

Met een eucharistie en een requiemmis,

Nog een keer rondgereden in de brede lanen:

Bidden en werken

Bidden en werken

Grieks koor van vuile vrouwen op de voorgrond klagend,

De haren afgeplukt van kaalgekrabde kruin,

Gebroken nagels, scheurgewaad, terwijl ze puin

Wegruimen, naar bloedwraak en genoegdoening vragend,

Kantelpunt

Kantelpunt

Je zult altijd zien dat er onderaan dijken,

Een kantelpunt is dat de bron vormt van kwel,

Wat nooit zo erg goed is voor het dijkgestel.

Wat daar het gevolg van is zal later blijken.

Schelddicht

Schelddicht

Een kaakslagkop met sensuele volle lippen,

Geweld en nijd verspreidende testikelzak,

Met de gepaste stropdas in het nette pak,

Neanderthaler vol van steentijdperkbegrippen!

Big brother

Big brother

Zijn dure auto zijn de ruiten ingeslagen,

Nabij een gracht in een uitzinnig Amsterdam,

Zodat de spreker strompelend de zaal inkwam,

En zijn chauffeur zich liet verzorgen en beklagen.

Verkiezingskoorts

Verkiezingskoorts

De exit poll zat er geweldig naast te ramen.

De kiezers lijden aan geheugenamnesie,

Of beter nog aan valsheid en hypocrisie,

Bij het verlaten van het stemhok. Niet te pramen,

Total loss

Total loss

De SP is op zoek naar talloos veel miljoenen.

Een duur verdict heeft het Verbrekingshof geveld.

Terugbetaald moet worden het corruptiegeld

Het zweet staat socialisten in de nauwe schoenen

Gebroken ijs

Gebroken ijs

Ik dronk een glas met Nederlandse journalisten,

Geboren tussen twee rivieren op een terp.

We spraken over een Europees onderwerp,

Terwijl we met citroenjenever ons verfristen.

Eén Mei

Eén Mei

In heel de wereld van het Rouppe Plein tot Peking,

Is werkend volk vereend in viering van 1 Mei.

De arbeidersbeweging legt haar jaarlijks ei.

Sinds meer dan honderd jaar met oorlogsonderbreking.

Beatrix van Nederland

Beatrix van Nederland

Onstuitbaar struint de koningin der Nederlanden,

Langs hagen vlagjeszwaaiers naar ‘t aanmeerstaketsel,

En komt daar monter aan zonder het minste letsel,

Met hoed op hoofd en handschoenen om handen.

Maxima culpa

Maxima culpa

Het prinsenbruidspaar is met de noorderzon verdwenen,

Ontkomen aan de persaandacht, met stille trom,

Ontsnapten bruid en versgetrouwde bruidegom,

Aan het spektakel op de toppen van hun tenen.

Politieke besluitvorming 

Politieke besluitvorming 

Bijeen geroepen opeenvolgende conclaven:

De kardinalen uit de naad zich afgesloofd,

Door een sirenenzang van hun verstand beroofd,

De van wilskracht verstoken politieke slaven.

Weer

Weer

April tweeduizend een, verzopen in de regen.

Ontluikt straks met valleilelies de eerste mei!

De glastomaat, de aardappel, de vroege prei,

Ze zijn al wel te koop; de prijzen vallen tegen.

Buitenwipper

Buitenwipper

Hij praat zonder eind en loopt af als een wekker.

En ijverig ligt hij waar mogelijk dwars,

Afwisselend nors en balorig en bars,

De vinger geheven of los aan de trekker:

Witwas

Witwas

Partij van waarden? Ja, dan denk ik: welke waarden?

Kapotgeschoten vlag, wat rafels en een flard?

Het persverhaal onsamenhangend en verward.

Wat zijn die waarden dan, en wat de tegenwaarden?

Links, rechts, averechts

Links, rechts, averechts

Jij schreef omtrent wie straks de volkseenheid gaat leiden,

En reageerde koeltjes op mijn pennenvrucht.

Een rechtse voorstander van orde en van tucht.

Die graag een nieuwe orde voor helpt te bereiden,

Dag vreemde laars

Dag vreemde laars

De volkseenheid verscheurd, gesplitst, in twee gespleten.

Met vreemde scènes op het plein van Martelaars,

De rangen van de medestanders worden schaars,

Door nachtvergaderingen op, en moe gesleten

Radiostilte

Radiostilte

Getroffen door de gifpunt van een sluipmoorddolk:

De werkschroef en de dienstmeid van democratie,

Blijkt diep besmet met softdrugs en met Extasy,

Door cocaïne meegesleurd in wilde kolk.

Splijtstof

Splijtstof

Nog voor het koninkrijk, is volkseenheid gaan splijten.

Het was me wel de week die nu is afgerond,

Met een akkoord in het paleis van Lambermont.

‘t Zal niet het land maar de partij aan flarden rijten.

Geselzweep

Geselzweep

 Al heeft de Vlaamse Leeuw zijn kiezen stuk geslepen,

De kaken moe gekauwd, nu hij niet langer bijt,

En malend tandglazuur van kieskronen verslijt,

En stilstaat op zijn vaal geworden gele strepen;

Q

Q

Vincent van Quickelborne moet zijn speech herschrijven.

Beneveld door de dampwalmen van cannabis

Sloeg hij aanvankelijk de plank een beetje mis,

Tot onmin van de bond van verontruste wijven,

Nevelingen

Nevelingen

Moderne versie van het Nibelungenlied,

In ongelijke strijd van lamme tegen blinde,

Heeft Hagen laf vermoord de Volkseenheid-Siegfried,

Die teder zijn Kriemhilde en zijn Land beminde.

Patrik Van Krunkelsven

Patrik Van Krunkelsven

De Volkseenheid voortaan door Geert is voorgezeten!

De laden uitruimen moet voorganger Patrik,

De zwaarbeproefde huisarts geeft daarbij geen kik,

In kommerloopbaan is zijn pijndrempel versleten.

Kippenren

Kippenren

Wat is er loos met de volkseenheid plus idee?

Spreekwoordelijke knuppel in het hoenderhok!

De fladderende kippen vielen van hun stok.

Het stoof en wemelde van ruivend kakelvee

De hongerprelaat

De hongerprelaat

Gebeiteld zit hij fotografisch te verschralen,

Gelaat bebaard, doorgroefd, op ‘t schedelbeen geteerd,

Zijn trekken uitgemergeld en zijn kruin verweerd,

Met doorborende blik en volgspot ogenstralen!

Luc Beaucourt

Luc Beaucourt

Het koninkrijk is er wat vrijer op geworden.

Bezit van zachte drogen als hasjiesj en weed,

Of bij gelegenheid een pil of zo van speed,

Gedoogd en niet getreiterd zal je er om worden.

Caroline Gennez

Caroline Gennez

Ze kijkt alsof ze loenst naar tabletaspirine.

Borstwering weelderig in uitgesneden V,

Een slagschip van een vrouw. Ze puilt uit de teevee.

En praat met stille kracht en stem van windturbine.

Bart De Wever

Bart De Wever

Naarmate Phara doorvraagt, zakt zijn mond wat schever.

Per direct uitgezonden op de hele Vee eR Tee:

De voorzitter van Nationale Volks Armee,

Baldadig staatsman en gewiekste hertshoornkever.

Korte metten

Korte metten

Waar liggen de heelkundige precisiemessen?

Met klievend lemmer dat zich snijdend zelf scherp slijpt

Een lancet of scalpel, want barstensvol gerijpt,

Spuit  groene etter uit  de fistels en abcessen.

Godendeemstering in Oostenrijk

Godendeemstering in Oostenrijk

De Götterdämmerung van Christendemocraten,

Walküren van de katholieke wijvenbond,

Die krijsend kronkelen in kringen om en rond,

Een keurpubliek voor een grossier in grote maten,

Miet Smet

Miet Smet

De toppen zijn besneeuwd, bepoederd en bestoven.

Het is slecht weer in ’t christelijke koninkrijk.

En in ons land van Lombardsijde tot Maaseik,

Daalt nevelsliert met geur van buskruit in de kloven.

Wilfried Martens

Wilfried Martens

Kom binnen, kom binneuh ‘t spektakel gaat beginnen!

Vandaag een circusnummer bij de EVP,

De Europese doorslag van de CVP.

De voorzitter is kwaad, en bijna buiten zinnen,

Dierbaar België

Dierbaar België

De antipolitiek kraait zege en victorie.

Ze persen met zijn allen druiven van de wrok,

En lozen mondvocht. Op een borrel scheelt ‘t een slok.

D’ op stang gejaagde burger zweet uit elke porie,

Marc Van Peel

Marc Van Peel

Wijlen de week: ik raak er niet op uitgekeken.

De eerste gast is niemand minder dan Van Peel,

Voorzitter van het Christelijke onderdeel

Van het regeerbestel van papen en van leken.

Kiescongres

Kiescongres

Ze staan daar op het podium elkander te verdringen,

De kin vooruit, aaneengesloten, hand in hand,

Een voorbeeld van beslistheid voor het hele land,

Rondborstig met zijn allen ’t slotlied mee te zingen,

De Christen Democraten

De Christen Democraten

Moboetoecijfers bij de christen democraten!

’t Applauscongres verkoos in een ovatietent

Een voorzitter met drieënnegentig procent.

De schapenkudde stond de partijpsalm te blaten.

Guy Spitaels

Guy Spitaels

‘Wir haben’s nicht gewusst’ Hoe klinkt dat in het Waals?

We vroegen het een ere-parlementsvoorzitter.

Zijn antwoord kwam gelaten en het klonk wat bitter.

Zijn glimlach had iets vaals, iets kaals en ook iets schraals.

Aimé Desimpel

Aimé Desimpel

De beuk moet in de illegale weekendhuizen!

Maar overeind staat zonevreemde stoeterij.

De heren eten in dit leven rijstebrij.

Dakloos op straat staan de gewone arme luizen.

Eén april

Eén april

Nu ook al in de ochtendkrant sonnetten staan,

En Bancontact bedienden voor het scherm opstelt,

Die oudjes helpen met het pinnen van hun geld,

Is alle hoop niet uit dit landje weggegaan.

Brinken

Brinken

In Groningen bestaan ze nog de dodenakkers.

Of oer-Keltische hoopjes stapels laag op laag,

Uit vroeger tijden opgericht tot op vandaag,

Door boeren, veetelers en vroege pottenbakkers.

Arcadië

Arcadië

Verbrokkelde ruïnes, ingestort’ arcaden:

Gezien in een museum op een schilderij,

Een puinhoop en een doodgelopen gaanderij,

Met balustraden en hologige façaden.

Fortune profits

Fortune profits

Oranje bruin in ’t paarse land van Wimmetje:

Je wordt er gek van het gedraaf en het gehol,

En horendol, want heel het land is barstensvol.

Van Leefbaar Nederland blijft nog een schimmetje

Beschavingsondergang

Beschavingsondergang

Door merg en been gaat op de Nederlandse pleinen

Bloedstollend, oorverdovend akelige schreeuw.

Zo schreit de moegetergde Nederlandse leeuw.

Geteisterd, afgeschaft zijn de cultuurdomeinen,

Onheilswolk

Onheilswolk

Wat voor een schaduw ligt daar over lage landen?

Daar drijft een bruine bui en breidt zich immer uit,

Vermengd met zwaveldamp van knallend wapenkruit,

En rookpluimen van aangestoken woningbranden.

Verloren bal

Verloren bal

Hoezeer ook Liechtensteinse koorts mag overkoken:

Het mond- en klauwzeer is een overschat gevaar,

In vergelijking met de duivelskunstenaar,

De dichter die in grote woede is ontstoken.

Tot antwoord

Tot antwoord

Marforio, hou op met zeuren en met simpen.

We zijn er nu wel achter dat je godsdienst haat,

En een bloedhekel hebt aan iedere fanaat.

Zoals je nu weer tegen moslims staat te schimpen!

Hottentottentennistentententoonstellingssonnet

Hottentottentennistentententoonstellingssonnet

Op Hottentotten stottert het sonnettentennis.

Neem nu om te beginnen zelf de Hottentotten:

Toen ze geen tenten hadden, woonden ze in krotten,

En van doortrektoiletten hadden ze geen kennis

De stotenprant

De stotenprant

Geraaskal van een paddofreak als nooit tenvore!

Veel larie en apenkool, geouwenhoer, gelul ,

Gestoofde kut met pere.  Hope  flauwenkul .

De tussen-n. Een gruwel. Niet om aan te hore!

Ten einde raad

Ten einde raad

 Waar kan ik nu mijn wrevelpijlen nog op richten?

Wie kan ik nog met vloek en anathema slaan?

De kandidaten mogen in de rij gaan staan.

Niet dringen, want we hebben volop bliksemschichten,

Aria senza fine

Aria senza fine

Marforio, ik kom terug op senza fine.

“Het is een eindeloos want steeds herhaald verhaal

En op de duur wordt het een klein beetje banaal,”

Zo zei onlangs Zuster Maria Margarine.

Arachnoidea

Arachnoidea

Ik overkom je als een sluipwesp of een spin,

En weldra heb ik al je hersens uitgezogen,

En hier en daar een rechte zin wat kromgebogen,

Gif in je merg geprikt bij mijn maaltijdbegin

De moeder van alle tochten

De moeder van alle tochten

De pest, de doorloopcholera, de klerenpokken,

De vogelgriep, een kopvalling, het vliegend zot,

Krampachtige bevolking  zittend op de pot,

Er is geen maat aan al het kwaad dat ik berokken,

Zandstraat

Zandstraat

Wat heb je met de Zandstraat, of is het de Zavel?

Waarom heeft deze straat je aandacht zo geboeid?

En is vervolgens tot een item uitgegroeid?

Het ruikt naar poederstof en neergeslagen zwavel

Bekleding met de machten

Bekleding met de machten

Marforio is aan het broeden. Kijk maar uit.

Wat gaat hij doen? Met een penseel of borsteltrekken?

Met houtskool of Chinese inkt, gouachevlekken?

Of braakt hij gal en onverteerde resten uit?

De schoonheid van het wad bij dag

De schoonheid van het wad bij dag

Een binnenmeer vol slik, tot aan de silhouetten

Van eilanden, al zit vandaag het weer niet mee.

Daar strekt zich uit: de brandingloze Waddenzee,

Maar als een wolkentoren waardig op komt zetten,

Onder de veren

Onder de veren

Het waterpluimvee mag daar een en ander kwaken,

Het zoekt vergeefs naar voedsel in bevroren slib.

Verkleumde meerkoet, zeemeeuw of verkouden snip ,

Die wintervogelkreetjes als ijspegels slaken.

Upper crust 

Upper crust 

Wat gaat gij tussen lommerrijke professoren?

Hoe schrijdt gij daar in toga of in zwarte pij?

Een ezelsvellenstoet. Het lijkt een schilderij,

Met een bord voor de kop en een stop in de oren.

Tennos dreekegmo

Tennos dreekegmo

Want jij en ik wij dichten voor de dolle pret!

En soms om te genieten van een pseudo-ruzie,

Of om te knutselen aan omgekeerd sonnet,

Verwarring

Verwarring

Helaas is mijn relaas niet meer zo chronologisch,

Nu zin na zin aan lettervlekken open spat,

En fragmentarisch af en toe onzin bevat.

Het is zo op het eerste zicht niet al te logisch,

Hersenpan en schedeldak

Hersenpan en schedeldak

De mouwen opgestroopt, de pen in inkt gedoopt,

Galnoteninkt. De eerste regel eruit persend,

En regelmatig ook de vochttoevoer verversend,

Tot antwoord op sonnet bij deze weer genoopt.

Vervloeking

Vervloeking

Hartsgrondig wens ik U dat U door kakkerlakken,

Krioelend in uw huis, bekropen en verteerd,

Gevonden wordt, de ingewanden uitgesmeerd,

Met maden en met wormen en met huisjesslakken.

Brulpaus

Brulpaus

“Waar is de brulpaus? Zoek hem! Vind hem! Ga hem halen!

Roep excommunicatie en het interdict

Uit, dat de ketter zich in zijn ontbijt verslikt;

Hits op een koor van grofgebekte kardinalen,

Foeterwaals

Foeterwaals

Breng mij het boek met van de pot gerukte woorden,

En een pot zwavelzuursulfaat versterkt met vitriool,

De medische Larousse en een puberschool,

En een deskundige in sluipkaraktermoorden;

Droge kost

Droge kost

Uit Nederlandse school verneem ik een paar zuchten:

De dia kleurt in sepia het vergezicht,

En in de gloria weerklinkt het noorderlicht,

De donder schuift nu open de zijige luchten.

Een hol gelach in het klooster

Een hol gelach in het klooster

Als U verzoekt de pen als wapen aan te grijpen,

Zo scherp gesteld als onscherp naverteld, ik mocht

Uw drift polijsten. Naarstig zij dan ook gezocht

Naar middelen om ruw talent wat bij te slijpen,

De serveermachine

De serveermachine

Hou jij dan ooit eens op met oeverloos doordrammen?

Stopt het dan nooit, zoals bij een opslagrobot?

Je knalt er maar van door. Ik loop van her naar hot.

Terwijl jij als een stormhoos er op los blijft rammen,

Kim in Spanje

Kim in Spanje

Marforio bedankt voor dribbels à la Dante ,

En alle anderen plezier in het toernooi!

Voor mij zit het er op. Geweest is het wel mooi.

Als je dit leest, zit ik al lang in Alicante.

De Gratin van pastinaken

De Gratin van pastinaken

Zes middelgrote pastinaken. Dunne plakken,

Geschild en schoongemaakt en juist de tussenmaat.

Laurierblad, kruidnagel en rasp van nootmuskaat.

Een kwart ui en een knoflookteen tot snippers hakken.

Voorgerecht

Voorgerecht

Wij stellen voor: de pastinakenmarinade!

De tweede gang en niet de minste van de rij.

Vergeet de wortelangst! Zet alle schrik opzij!

Tast toe. Doe u te goed en sla de keuken gade.

De pastinakensoep

De pastinakensoep

Hoe simpel om de pastinakensoep te maken:

Zes deciliter rundveevleesextractbouillon,

Voor vegetariërs een soja court-bouillon,

Met zout, citroen en suiker ’t kookpunt laten raken.

Schrikkeljaar

Schrikkeljaar

De woorden die op niets en nergens willen rijmen:

De schaduw die de bliksem werpt als hij weer licht,

Het weerlicht dat de lucht doorklieft in zigzagschicht,

Ontladingen die opgestookt door zwerken vlijmen,

Zorgvliet naar Roemi

Zorgvliet naar Roemi

Zo voert gedachtestroom met achteloos geklater,

Een vloot van stokjes en van strootjes met zich mee,

Het ene wat parmantig en het ander meer gedwee,

Gedwarreld op de vliet en het klotsende water.

De waarde van het bewaren

De waarde van het bewaren

“In bloei de rozenstruik, de nachtegaal is dronken.”

In schenkhuis schitterend van fonkelende schijn

Weerklinken blaasriet, snaren en de tamboerijn.

Het ene na het ander glas wordt uitgeschonken,

Gods Dozen Van Liefde

Gods Dozen Van Liefde

 Twee opbergdozen heeft mij God ter hand gegeven

Hij zei erbij: je bergt je zorgen in de zwarte,

Je vreugden in de gouden doos, neem dit ter harte

Zo borg ik zorg en vreugde op al heel mijn leven

Vals spel

Vals spel

Met God heb ik uitvoerig zitten kakelen,

Vanavond tijdens een schaduwpartijtje schaken.

Hij speelde wit, terwijl wij over vroeger spraken,

Herinneringen zaten op te rakelen,

De paniek van Pascal

De paniek van Pascal

Marf kent geen God in ’t diepst van zijn gedachten,

En als hij kwam dan zette hij Hem uit,

“Want rondom Hem ruikt het te vaak naar kruit,”

En op Zijn eeuwigheid wil Marf niet wachten!”