Aria senza fine

Doorzoek de site

Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Search in posts
Search in pages

21 maart 2020

Aria senza fine

Marforio, ik kom terug op senza fine.

“Het is een eindeloos want steeds herhaald verhaal

En op de duur wordt het een klein beetje banaal,”

Zo zei onlangs Zuster Maria Margarine.

 

Ze wees op je gebruikelijke contramine

En je gebruik van ongebruikelijke taal,

Je oorverdovend overdreven woordkabaal,

Je onophoudelijke dreig- en scheldlawine.

 

Heb jij onlangs nog jouw temperatuur gemeten?

Waar ruik je naar? Een diesellucht? Een olietoorts?

Het onderhuidse turfvuur in verborgen spleten?

 

Je gloeit och arme van de liederlijke koorts!

In ijlwaan als een adder in haar staart gebeten.

Geen senza fine maar opnieuw een enzovoorts.

 

1 Reactie

  1. Avatar

    Hallopadducinatie
    Nu wordt het moeilijk. Heeft de neler uit het Spoorden een doverosis paddo genomen? Nee, hij las een tijdje in Opperlans!

    Een dwabberbal zwaalt met bispogen door de lucht,
    de zweler spalkt van het naar hor, ontzweet, bedaan,
    de balgeworden dol lijkt wel een molle vaan;
    ontwikkelt zich een dreftig hama of een klucht?

    Zijn klacket grieft nog raag maar lak de zwucht.
    Hanwopig daart hij stroef zijn spegenteler aan
    en klaagt: gij kestpop, laat mij sloorspags gaan
    uit deze hennistal. En kraakt een wilde sleet, en vlucht.

    De stoteprante winnaar rakt zijn packets op,
    hij balt de berg op, zweegt het veet uit zijn gelaat.
    Op naar het sland gram, denkt hij kolijk en ordaat,

    want biep van dinnen weet hij dat de pruige vaat
    geslonnen wag is, maar dat elke heildolsaat
    vecht dottertoot met wiepdood raas pal koor zijn vop.

    Uit ‘Mallaria senza fine’, oorspronkelijk nummer XIX.

    Zie Battus: Opperlans! Taal- en letterkunde (pagina ak= anagram klassiek), Amsterdam, Querido 2003 en natuurlijk John O’Mill Sint Dracus en de Joor, uit Tafellarijmvet, Laren, Andries Blitz 1958; bronnen die ik met eerbied noem en waar ik (vooral in in regel 7 en 8) bijna uit citeer.

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ook interessant?

De paniek van Pascal

De paniek van Pascal

De paniek van Pascal Marf kent geen God in 't diepst van zijn gedachten, En als hij kwam dan zette hij Hem uit, “Want...

Ezekiël 34, 11-12 + 15-16a

Ezekiël 34, 11-12 + 15-16a

Ezekiël 34, 11-12 + 15-16a De Herengod zegt, zo vertelt een profeet: “Zelf zal ik mijn kudde behoeden en weiden, De...