HomeSonnetten (Page 8)

Sonnetten

Gevonden meisjeslijkje Teruggevonden, het zij dank een nummerplaat Zo’n vier jaar lang heeft niemand deze nagetrokken Het gaat niet om het vinden van de zondebokken Want niemand is bij deze heksenjacht gebaat   Toch is het vreemd dat in ons land, een vrije staat, De aarde natrilt van de zware bodemschokken. De brave

Ontwapenende politiestaat Onlangs schreeuwde het volk om meer blauw in de straten. Op deze wenk bediend is Neufchâteau recent: Opengetrokken blikken politieagent! Het brengt de ingeslapen stad in alle staten.   Wie vis te gulzig eet, verslikt zich in de graten. Het mag een goede les zijn voor wie meisjes schendt. Een opkikker

Belgische onweders Waar is mijn paraplu? Het regent hier ontslagen! Ministers geven strijk en zet de brui eraan. De ene uit de bocht, de ander van de baan Geveegd door rukwinden en zure regenvlagen.   Septemberbuien. Rotweer. Opgestoken kragen, Het plenst maar neer en het is niet meer uit te staan. Koud kippenvel

Belgische luchtvaart De helikopter met Dutroux komt laag langs scheren: Een witte olifant stijgt op en wordt een mug! Het is geen grap en ook geen millenniumbug! Patiënt heeft suikerziekte, dat is kut met peren.   Men had door zijn ontsnapping nog een les te leren. De overheid verplaatst hem liever vliegensvlug, Hoe

Van 't gat Dutroux is niet ontsnapt maar eventjes bevrijd, Zijn vrijlating is door de raadkamer bevolen. De moordenaar en dief heeft zijn naam niet gestolen, En is verwijd in het heelal uiteen gedijd,   Het zwarte gat is opgesloten in de tijd. Al malen de planeten rond hem heen hun molen, De

De Waalse Pijl De aandacht op het ene doel gespitst te houden, Gestaarde blik verstard op het asfalt gericht. Nog even doortrappen, want volhouden is plicht. Het spant wat zich daar afspeelt in Ardennenwouden.   De buit is binnen maar de premier is verkouden. Daar gloort het licht aan het eind van

Weg Het kreupelhout verschroeid, de struiken die verdorden, Het is niet te geloven. Marc Dutroux is weg. Geseind en vogelvrij, gehold van heg naar steg Voortvluchtig, op de loop, het brandpunt van wanorde,   Op de voet achtervolgd door persmuskietenhorden. En knullige politielui, volledig van de leg: Het was een zootje daar, dat

De krekel en de mier herbezocht Wat drijfveer hebben samenlevende insecten? De mierenmaatschappij, totalitaire staat, Met een soldatenleger voor de strijd paraat, Het wemelt langs de vers getrokken geurtrajecten,   Van bezige arbeidsters met geluidseffecten: Een zwermend en een zoemend oorlogsapparaat, Zodat het horen en het zien er bij vergaat, Om nest gebouwd door

Proficiat Van Buitenen Belegd met waterkers, besmeurd met Franse saus De commissarissen, met messen en met scharen, Vlogen elkaar uitzinnig in de schaarse haren. Of ze wurgden elkander met een zijden kous   Minuten lang weerklinkt enthousiast applaus, De vakbond van de Europese ambtenaren Herstelt aldus zijn schandelijke wedervaren En roept hem uit tot