HomeSonnetten (Page 7)

Sonnetten

Goede voedselvoornemens Van oormerk tot getatoeëerde kengetallen: Er komt een stelsel voor vroegtijdige detectie, Tot opsporing van de geringste dierinfectie. We zullen alle krachten even samenballen!   Geen smet mag onze voedselveiligheid vergallen. Hierop zal toezien een daadkrachtige inspectie, Die op zal treden tegen de hormooninjectie, Of maltraiteren van het vee in koeienstallen.   Het vetgemeste

De oogjes van een stervend kuiken In Vlaanderen verdringt de rook van vilbeluiken De braadgeur van gevogelte. Er is geen kip, Daar waar het vroeger eivol was. Het oogt wel sip. In kwekerijen die ‘t verkeerde vet gebruiken   Ministers kunnen handig elke schuld ontduiken, Maar internationaal daalt Vlaamse kip met stip, En

Mond- en Klauwzeer Nog leger dan het was, wordt straks Kootwijkerbroek. Al staan de boeren er bij filterbarricades, En timmeren versperringen en palissades, De vee-opruimingsdienst gluurt dreigend om de hoek.   Een blik agenten komt op ongewenst bezoek. Al gauw bezwijken opgerichte spoedblokkades, Door wapenstokgeweld en waterkanonnades. De opruiming gaat verder en het eind

Belgische bloedpens Het hele land vergiftigd door de dioxine. De smet heeft ons blazoen bezoedeld en bespat. De Vlaamse varkensboer, de vogel voor de kat, Gedoodverfd slachtoffer van de slechtnieuwslawine.   Het land stinkt op de wind naar zwijnenpan-urine. De vleesverwerking-industrie ligt op zijn gat. Ook ligt de export van de zuivelwaren plat. In

Kippencrisis Ik word stilaan niet goed van eieren en kippen. Al was het leven mooi, wij aten ongezond. En propten met bezoedelkip ons buikje rond Neem me niet kwalijk, maar ik ga een beetje flippen.   Daar zat een goedje in, daar ga je haast van trippen. Besmette veeteelt tierend op vervuilde

Meeldauw en droogrot Een bitter mens degene die niet kan vergeten, Die geen remedie vindt voor zijn herinnering. Terugkerende beelden in de schemering: Onuitgesproken wrok en nooit vergeven veten.   Ritselgefluister en besmuikte hartenkreten: Ze treden op in avondlijke mijmering, En om ze niet te horen gaf je een lief ding. Te wissen zijn

O zijt gij niet van zessen klaar? Niet alle dagen staat de zon op in De Morgen, Vraag het aan ex-hoofdredacteur Ludwig Verduyn, Geleid als onverklaarbaar hij is om de  tuin, Intussen bezig met zijn wonden te verzorgen.   Een kwaliteitskrant die de waarheid niet kan borgen, Het kan niet waar zijn,

Wie heeft dit verdiend? Het Vlaamse Heir staat in het liedje immer pal, Maar soms marcheert een regiment een beetje schuin, Zoals het bataljon met kortgeknipte kruin, Geleid door onfeilbare voorman Paul Marchal.   De nieuwe schoolmeester van het Belgisch heelal: Zoals een tegel in ondergelopen tuin, De bovenkant is wit, de onderkant

Eentalig Frans Ach, kun je het geloven. T’rug is Georges Marnette! Hij is nog niet benoemd, maar hij maakt wel een kans, Representatiefunctie, liaisonordonnans. ’t gebeurde wijl di Rupo even niet oplette.   Het wordt  geen mayonaise, maar een vinaigrette. Hij kent geen Engels, Duits laat staan het Nederlands. Volstrekt en vervolmaakt perfect