Taboe’s opschrijven en doorbreken

Taboe’s opschrijven en doorbreken

 

Peter en ik praten over de problematieken in onze maatschappij. Over de vooroordelen en taboe’s die heersen rond verslavingen, huiselijk geweld en uitsluiting in de maatschappij, en over hoe daarover geschreven kan worden. Peter bekent dat artsen hier een belangrijke taak krijgen: een dialoog starten met de slachtoffers, problemen bespreekbaar maken en vooral… niet wegkijken. Hijzelf doet dit al in zijn praktijk, maar hij wil nog een stapje verder: erover schrijven.

 

De aanpak van verslavingen

 

Het is soms zo dat niet het stoppen met druggebruik het eerste doel kan of mag zijn, maar wel het minderen van het gebruik, en het veilig aanpakken.

 

Als je als arts een patiënt met een psychisch probleem voor je krijgt, een verslaafde bijvoorbeeld, moet je je altijd afvragen: Wat is de doelstelling van je behandeling. Is het de bedoeling dat ik luister en troost; is het de bedoeling dat hij/zij volledig stopt met het gedrag; dat hij/zij weer grip krijgt op het eigen leven…

Ikzelf ben losgekomen van het idee dat abstinentie het hoogste doel is van een behandeling. We moeten in de eerste plaats de mensen opvangen en kijken naar hoe we hun probleem kunnen aanpakken. Het is soms zo dat niet het stoppen met druggebruik  het eerste doel kan of mag zijn, maar wel het minderen van het gebruik, en het veilig aanpakken. Soms is stoppen namelijk geen mogelijkheid, en dan zeg ik als arts: “Kijk, we gaan het drugsgebruik voorlopig misschien niet kunnen stoppen, maar zolang dat het duurt, doe het dan ten minste op een veilige manier: veilige naalden, producten…” Op die manier komen ze eigenlijk ook al uit het verkeerde milieu, als een arts ze veiligere producten kan geven en hen kan begeleiden.

Je kan dat overigens ook overbrengen naar andere problematieken, zoals zwaarlijvigheid. Je moet je daartegen wapenen, zo’n problemen die vaak voorkomen en waar een taboe over heerst. Je moet voldoende inzicht hebben in de oorzaak van de problematiek, het verloop ervan en de mogelijkheden van behandelen vooraleer je de behandeling effectief start.

 

Buiten ‘de’ norm vallen

Wat denkt u dan als u naar de samenleving van vandaag kijkt? Onze maatschappij wordt – denk ik – toch wat meer open minded wat betreft druggebruik, andere verslavingen, extreme zwaarlijvigheid… Het idee van “ze hebben het zelf gezocht en moeten nu gewoon stoppen” is toch niet meer van deze tijd?

Het gaat niet overal even snel. In de media komen steeds meer mensen uit voor hun gebruik van antidepressiva en dergelijke. Er zijn dus wel mensen die zich bezighouden met streven naar zo’n vooruitgang door bijvoorbeeld hun verhaal te doen en te tonen dat het oké is. Toch zijn er nog veel mensen met kritiek of vooroordelen, en bovendien moeten we nog een zekere kloof tussen de zogenaamde populaire cultuur enerzijds en de wereld van de zorg anderzijds zien te overbruggen. Die twee verschillen sterk van elkaar.

Er zijn nog veel plaatsen waar er nog een heel groot negatief oordeel heerst over bepaalde dingen zoals geweld binnen het gezin of homoseksualiteit. Dat laatste is echt nog een taboe in bepaalde sferen, zoals in de sport of in het leger, niet om een stempel te drukken op die omgevingen, maar het is wel zo.

Er zijn nog tal van moeilijke topics waar nog veel moet gebeuren, maar waar niet doelgericht naar gewerkt wordt. Ik denk dat er de laatste jaren heel wat gebeurd is wat betreft de emancipatie van kwetsbaren. Mensen met een psychische problematiek, slachtoffers van geweld, homoseksuelen… raken langzaam af van de veroordelende stempel die ze vroeger kregen.

Dat neemt echter niet weg dat er ook nog heel veel mensen in de kou blijven staan. In de scholen wordt er nog steeds hardnekkig gepest, en dan gaat dat om uiterlijk, gewicht of armoede – kinderen die geen merkkledij hebben of die te dik zijn worden dan gepest – en dan zie  je dat onze maatschappij toch nog in elke laag geweld vertoont, mensen die moeilijker meekunnen, die een beperking hebben, die zogezegd ‘buiten een norm’ vallen, worden uitgesloten of vernederd. Het feit dat er een zogenaamde norm is, is eigenlijk ook al problematisch.

Ik vind dat we dat openlijk moeten aankaarten. Er zijn vrouwen en kinderen die in hun gezinssituatie mishandeld worden, die hebben het nodig dat iemand hen zegt dat het gedrag van hun partner of ouder niet normaal is. Als arts is dat een van je taken. Velen, ook artsen, kijken weg als het om zulke dingen gaat, om de confrontatie niet te moeten aangaan.

 

Verantwoordelijkheden en dialoog

 

Het was altijd het slachtoffer dat haar gedrag moest aanpassen, de dader kon verder doen. En vaak werd dat normaal gevonden. Ik vond dat zeer onrustwekkend, ook omdat ik de slachtoffers in mijn praktijk kreeg. De vrouwen die vernederd werden, die niet naar buiten konden gaan.

 

Darwinisme, toch? Het recht van de sterkste. Mensen die, zoals u zegt, ‘buiten een norm’ vallen, worden uitgesloten. Ik vraag me soms af hoe we ooit tot een vredevolle samenleving kunnen komen, er zijn namelijk altijd mensen met eigen ideeën, bepaalde waarden en normen die extremistisch zijn.

Ja dat is een pertinente vraag waar ik misschien geen antwoord voor heb. Je ziet toch dat er een mogelijkheid is van paradigmaverandering zoals we dat nu meemaken in bijvoorbeeld de #metoo-beweging. Dat doet veel meer dan je denkt. Twintig jaar geleden dacht ik als arts: zien mensen dat nu niet, dat je als vrouw niet meer naar buiten komt, dat je betast bent geworden, ongewenst benaderd… Het zal wel je eigen schuld zijn. Het was altijd het slachtoffer dat haar gedrag moest aanpassen, de dader kon verder doen. En vaak werd dat normaal gevonden. Ik vond dat zeer onrustwekkend, ook omdat ik de slachtoffers in mijn praktijk kreeg. De vrouwen die vernederd werden, die niet naar buiten konden gaan.

Dan gaat het ook niet enkel om gezinssituaties. Er zijn tal van vrouwen die in het openbaar bekeken of nageroepen worden, die in de lift betast of in een professionele omgeving door hogeren geïntimideerd worden. Je raakt daar niet over uitgepraat. We moeten blijven sensibiliseren, blijven aanklagen, ook als we als buitenstaander iets opmerken dat niet door de beugel kan.

Ik denk dat je als arts kan je ingrijpen omdat je het slachtoffer ziet, maar eigenlijk zou niemand mogen wegkijken hè. Veel mensen kijken weg uit angst of uit zelfbescherming hè.

Ik vind dat we als arts toch een extra verantwoordelijkheid hebben daar. Je hebt daar de vertrouwelijkheid, het beroepsgeheim… je dient je patiënt te beschermen. Dat is niet altijd gemakkelijk. We mogen eigenlijk niet bang zijn om onderdeel van het verhaal te worden.

Beroepsgeheim is daarbij soms een dilemma. Als we bij een kind merken dat het mishandeld wordt, als ze dit zelf aankaarten, ja, in principe geldt dan het beroepsgeheim, maar soms is het voor de veiligheid van het kind noodzakelijk om dat te doorbreken. Daar zijn manieren voor, manieren die we eigenlijk als arts allemaal nauwkeurigers zouden moeten bestuderen.

Je merkt ook wel, zeker nu op social media, dat er altijd tegenreacties komen. Sommigen proberen dat paternalisme nog intact te houden en gaan dan die emancipatie tegenwerken.

Ja het is natuurlijk moeilijk, maar die discussie moet er ook zijn. Eigenlijk is het voeren van die discussie ook moeilijk geworden, vaak is het allemaal gepolariseerd, zeker online. We mogen niet vervallen in clichés en moeten een volwassen dialoog natuurlijk ook voeren. We mogen niet verwachten dat alles door iedereen klakkeloos aanvaard gaat worden. Als je bijvoorbeeld seksuele intimidatie aankaart dan gaan mannen met grijpgrage handen natuurlijk reageren, zij zijn dan degenen die wat te verliezen hebben.

 

Erover praten, erover schrijven

En, want ons uitgangspunt – of toch een van onze uitgangspunten – aan het begin van het interview was eigenlijk schrijven over ervaringen en problematieken, denkt u dat literatuur een medium is om dit alles aan te kaarten, om bepaalde zaken nog beter bespreekbaar te maken?

Ik denk dat dat de weg is. Het heeft mij heel erg geholpen toen ik in de knoop zat, en ik heb dat ook al van veel andere mensen gehoord. Uiteindelijk… kennis is macht. Woorden moeten we verspreiden. We kunnen mensen zogezegd ‘onderaan de ladder’ (slachtoffers) macht geven door ze deel te laten nemen aaan die kennis, als het ware. De geschiedenis van emancipatie heeft zeker ook te maken met lezen. Het opent een nieuwe realiteit, een al dan niet herkenbare, en toont hoe bepaalde dingen in elkaar zitten.

 

Ik begon als jonge arts met meer idealen dan kennis. Nu zie ik wat er nog allemaal moet gebeuren, waar de problemen zitten. Ik ben door de confrontatie in mijn praktijk me ervan bewust geworden hoe reëel het allemaal is, hoeveel verborgen leed dat er is, hoeveel er doodgezwegen wordt.

 

Hetgeen wat u daarover zou schrijven, is natuurlijk ook te danken aan uw rol als arts. Was u voor uw studie, als jongere, eigenlijk ook al zo geëmancipeerd? Of heeft de confrontatie in uw praktijk hier voornamelijk voor gezorgd?

Ja, je begint met een idealisme, in mijn geval ook met een – voornamelijk door mijn opvoeding ingepeperde – evangelische houding. Ik begon als jonge arts met meer idealen dan kennis. Nu, veertig jaar later, zie ik wat er nog allemaal moet gebeuren, waar de problemen zitten. Ik ben door de confrontatie in mijn praktijk me ervan bewust geworden hoe reëel het allemaal is, hoeveel verborgen leed dat er is, hoeveel er doodgezwegen wordt. Het is aan mij al arts om aan te geven dat er over gepraat mag – zelfs moet – worden. Zo veel mensen kampen met schaamte en schuldgevoelens. Door verhalen over bepaalde thema’s op te schrijven of te lezen, creëer je een herkenbare situatie voor slachtoffers en maak je de brug naar een dialoog.

 

Peter reflecteert – in een kunstwerk van Louise Bourgeois in de GropiusBau.

 

H.B.

Doorzoek de site

Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Post Type Selectors
Search in posts
Search in pages

Door Hanna

25 september 2022

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

negentien − 11 =

Ook interessant?