Stationsroman

3 juli 2020

Stationsroman

Er was geen moment tijd voor innig minnekozen,

Onder het flitslicht en de aandacht van de pers.

Hij kijkt belegen, maar zij glundert kakelvers.

En demonstreert haar cursus glimlachen en blozen.

 

Hij kijkt naar haar een wijl maar vindt er geen verpozen.

Een slagroomtaart in volle vaart en zij daarop de kers.

Wie daar een graat in ziet, is zelf wellicht pervers.

Na vier december mag hij wettig in haar lozen.

 

De kroonprins van een land te zijn: het is niet simpel!

In Zaventem krijgt hij nog snel vluchtige kus,

Hij fronst het voorhoofd in een vorstelijke rimpel.

 

Zij geeft zijn boterhammen en snelt naar de bus.

Hij draait zich om en schrijdt naar af met vlag en wimpel,

En nu weer die kutwereld-klotehandel klus.

 

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ook interessant?

Afscheid

Afscheid

Afscheid Daar gaat hij en is weg, de rugzak op de schouder Je kijkt hem na. De zon gaat onder. Praal en Pracht. Het...

Wat drijft ons tot elkaar?

Wat drijft ons tot elkaar?

Wat drijft ons tot elkaar? Van dit soort jongen hou ik, met rugzak en petje. “Niet onknap, pienter, kwetsbaar,” zo...

Kortswijl

Kortswijl

Kortswijl My cyberlove! Oh nee ik dacht u niet te lozen. Geloof me. Spelen wil ik nimmer u meer kwijt, En over wat we...