Brievenboek van mijn ouders: nabeschouwing

Doorzoek de site

Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Search in posts
Search in pages

30 december 2021

We sluiten het jaar af met een korte nabeschouwing op de brieven van mijn ouders…

Op het einde van dit boek wil ik graag nog meegeven wat mij het meeste bijgebleven is uit deze brieven die ik aan de vergetelheid heb ontrukt.

De mooiste vaststelling is hoeveel mijn ouders van elkaar hielden en hoe gretig ze uitkeken naar een zoon die ze Peter zouden noemen. Ik ben een kind geboren uit de liefde van twee mooie en sterke, maar tragische mensen. Dat besef is een onuitputtelijke bron van vreugde en vertrouwen in mijn leven gebleken. Groot is mijn dankbaarheid, omdat ze me met zoveel genegenheid, warmte en geborgenheid hebben ontvangen en opgevoed.

Daarnaast heb ik veel bijgeleerd over mijn moeder. Uit de briefwisseling blijkt dat ze een vrijgevochten vrouw was die voor die tijd een geheel zelfstandig en autonoom gedrag vertoonde. Ze reed overal met de auto rond, ze ging naar Brussel, naar de kust, naar Parijs, … Ik heb zelf nooit mogen waarnemen dat ze zo dynamisch en vastbesloten was. Ik had er wel van gehoord, maar ik heb het nu ook kunnen lezen.

Al vroeg duiken in haar brieven de voortekenen van een genadeloze ziekte op die haar later zal slopen en na een jarenlang ziekbed fataal zal worden. Kort na mijn geboorte is ze sterk achteruitgegaan. Daar had ik als kind een loodzwaar schuldgevoel over. Was het mijn schuld dat mijn moeder verlamd was geworden? Werd ze ziek, omdat ik geboren was?

Wat mijn vader betreft, moet ik eerlijk toegeven dat ik hem tekort heb gedaan, doordat ik als kind niet of te weinig besefte wat voor een gevoelige man hij was en wat voor een dichter er in hem school. In deze brieven heb ik een onvermoed facet van zijn persoonlijkheid ontdekt en dus heb ik mijn mening over hem postuum moeten bijstellen.

Dat zorgt voor een stukje wroeging. Dat ik dat gemist heb, die diepte, dat gevoel, die weemoed naar een andere werkelijkheid, maar toch dat plichtsbesef om het goede te blijven doen, de familiewaarden op de eerste plaats te stellen en zichzelf weg te cijferen. Dat laatste wist ik natuurlijk wel, maar ik was me niet bewust van de gevoeligheid die eronder school. Het ontging me wellicht, omdat hij een en al onderdrukte emotie was.

Wat me ten slotte ook bijzonder ontroerde, is het feit dat mijn ouders foto’s van elkaar bewaarden om naar te kijken op momenten dat ze niet samen waren. Sommige daarvan hebben we opgenomen in het boek, om het belang ervan te tonen in tijden dat er geen internet bestond en de telefonie nog in de kinderschoenen stond. Wij kunnen daar nu met andere ogen naar kijken.

De vale plaatjes tonen een wereld die verloren is gegaan. Je kunt daar nostalgisch van worden, maar het was niet echt een betere tijd. De oorlog lag nog vers in het geheugen en de toekomst had nog geen vorm aangenomen. Ze hadden grote hoop en vele verwachtingen, maar daar zou de ziekte een stokje voor steken.

Dankzij de afbeeldingen die we van elkaar hebben, zijn de afwezigen toch nog altijd een beetje aanwezig. Dat biedt een troost in onze eenzaamheid die groter wordt naarmate we ouder worden en steeds meer weggezellen (m/v) ons ontvallen.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.