Commotie

1. Verfransing

Op Facebook is enige commotie ontstaan omdat een schooldirectrice in Denderleeuw een Franstalige brief naar de ouders van haar leerlingen heeft geschreven, om hen te waarschuwen dat er door de onderwijsstaking geen opvang zou zijn. Meteen rijzen er beschuldigende vingers van alle kanten, die de sluipende verfransing een halt willen toeroepen.
Het werkelijke probleem is echter niet dat die brief in het Frans is geschreven. We moeten niet op de pianist gaan schieten. Hier zien we een bezorgde directrice die snel iets wil meedelen en gemerkt heeft dat heel veel kinderen Franstalige ouders hebben. Ik vrees dat deze moedige dame andere katten te geselen heeft dan op de taal te letten waarin ze schrijft.
Denderleeuw heeft te maken met een volksverhuizing. Die is gemakkelijk te verklaren. Door toedoen van de stijgende huurprijzen in de hoofdstad, spuwt Brussel zijn arme gezinnen uit naar de wijde omgeving, het liefst waar er een station is. De totale bevolking van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest neemt gestaag toe. De Brusselse rand dijt uit. Er is een jongere bevolking dan in Vlaanderen en er zijn meer geboortes.
Er is een toenemende bevolkingsdruk, in een stad met een internationale functie. Kortom de vastgoedprijzen stijgen er abnormaal, met als gevolg dat een steeds groter deel van de bevolking de woonkosten niet meer kan betalen. Je kunt het hen niet kwalijk nemen dat ze proberen goedkoper te wonen, waardoor ze onder meer in Denderleeuw uitkomen. Ze willen wellicht aanvankelijk hun opgebouwde integratie behouden, en dat speelt zich in Brussel af.
Er kan in gunstige omstandigheden een integratietraject tot stand komen, dat jaren in beslag zal nemen, maar aanvankelijk komen vele van deze mensen niet naar Vlaanderen met de spontaan opwellende wensdroom zich hier nog meer te integreren, dan ze in Brussel al waren, en ze begrijpen van de Belgische inrichting geen snars, laat staan dat wij het nog kunnen volgen.
Als ik dan Maurits lees waar die schrijft: ‘De Denderstreek wordt de jongste jaren al genoeg overspoeld met mensen die niet van plan zijn om zich te integreren,’ dan rijzen de haren me te berge, omdat dit een zinsnede is die angst sticht, en afkeer oproept. Dat grenst aan haatpraat. Sorry dat ik het zo lelijk moet zeggen. Ik vind al dat waarschuwen voor de vreemdelingen onrustwekkend. Moeten we daar echt zo gek van worden?

Menging

2. Integratieproces

“Overspoeld door mensen die zich niet van plan zijn zich te integreren.” Hier wordt gesuggereerd dat die nieuwkomers iets doen wat niet mag en dat schadelijk kan zijn. Maar de uitspraak doet ook iets anders. Het legt elke inspanning wat integratie betreft, bij hen, want het maakt voor de inwoner blijkbaar een verschil uit, of ze zich wensen te integreren.
Wie overspoelt ons? Voor zover het mensen uit de asielprocedure betreft gaat het figuurlijk om menselijk wrakhout dat op onze kusten is aangespoeld. Slachtoffers van dictaturen en staatsgeweld. Tijdens de asielprocedure worden ze daarop gescreend door opgeleide en betaalde krachten.
Ze zijn er al. Ze blijven komen en ze gaan heus niet zomaar weg, ook niet als wij kattig en onaangenaam op hun aanwezigheid reageren. Het helpt dan niet te gaan hyperventileren en wee en ach te roepen. We gaan daar op een of andere manier klaar moeten zien te komen. Dat gaat niet zonder slag of stoot en het thema is een wingewest voor allerlei figuren die daar goed garen bij spinnen.
Blijkbaar vinden velen troost bij figuren die komen beweren dat ze daar iets gaan aan doen, aan die migratie, maar wat dat precies inhoudt, dat komen we nooit te weten. Doen zoals meneer Orban in Hongarije en streven naar een blanke en christelijke bevolking. Mij trekt het niet aan. Intussen krijgen we alleen maar te horen dat we overspoeld worden, wat een heftige term is.
Daardoor zijn wij ineens het slachtoffer, en dat lucht op. Het geeft ons, binnen dit wij-zij denken dat hier aan de orde is, een zeker comfort, te weten dat wij hier de pineut zijn, in al onze weelde, waarvan we een klein stukje zouden moeten delen.Wij zijn het slachtoffer, want we worden overspoeld. Onze volksaard is bedreigd, in dit geval door de verfransing, die zich als een olievlek uitspreidt.
Ik lig daar niet zo wakker van. In plaats van dat arme mens te belagen met wetsartikelen en hoon, zouden we eens moeten kijken met welke andere problemen zij af te rekenen krijgt in haar dagelijkse bestaan als schooldirectrice. We zullen zien dat daar veel problemen zijn, waarvan de oplossing er niet in zal bestaan dat ze voortaan Nederlandstalige brieven gaat schrijven.

Taalgrens

3. Invasie

Het gaat vaak om Afrikaanse gezinnen lees ik ergens in deze thread, en dat zal ook wel zo zijn, in wezen dezelfde mensen als waar ik voor zorg in mijn kostwinning als huisarts in het centrum van Brussel. Ik ken hen goed omdat ik al jaren met en voor deze populatie werk, doorgaans mensen die zich alleen maar op willen werken zoals iedereen anders.
Zij vragen niet beter dan te mogen leven, werken en wonen zoals alle anderen. Hen van allerlei sinistere bedoelingen betichten, zal niet helpen in het integratieproces waar we met zijn allen van dromen. Je kunt je maar integreren als je kansen krijgt. In principe heeft iedereen gelijke rang en waardigheid, volgens artikel een van de grondwet en de internationale verdragen.
We kunnen en we mogen in principe niemand discrimineren, al gebeurt het elke dag en overal in Vlaanderen. Meer dan we denken. Hoe dan ook geldt er in ons land vrij verkeer van personen zodat we niemand die hier legaal verblijft, kunnen verbieden naar een andere plek te verhuizen. Vele nieuwkomers zullen daarbij geen benul hebben dat ze een gewestgrens overschrijden.
Al die angststichting en haattirades zullen het probleem niet oplossen, maar alleen verergeren. Integratie is een wederzijds proces, dat met andere woorden niet alleen van hun, maar ook van onze kant moet komen. Dat kan allemaal in elkaar overvloeien en het wijst zich uit met de tijd, maar het wordt moeilijk als er overal waar je komt mensen beginnen te mopperen over al die vreemdelingen.
Met wij bedoel ik dan voor de verandering de witte bevolking van oude Belgen. Een aantal onder ons bekijkt met lede ogen hoe de samenstelling van de bevolking verandert. Sommigen vinden dat vervelend, of bedreigend. Je kunt er echter maar beter aan wennen. Het zal niet minder worden, wat we ook ondernemen. De vermenging zal meer en meer toenemen.
Er zijn ook Vlamingen die Vlaanderen verlaten en in andere gebieden hun heil gaan zoeken. Daarvan vinden we toch dat het moet blijven mogen. We zijn een aantrekkelijk land dat een goede vorm van samenleven gevonden heeft, die echter steeds in een fragiel evenwicht verkeert. Er is heel wat onderhuidse onlust, en onrust die zich soms vertaalt in racistische incidenten of het eindeloos gezeur op het internet.

Armoede

4. Theologie

Er is de verleiding van de theologie van ex-staatssecretaris van migratie Theo Francken: we moeten onaantrekkelijk zijn voor migranten. Het is heel simpel: Vlaanderen moet niet te veel vreemdelingen aantrekken, en moet dus een negatief beeld van zichzelf verspreiden. Zo van ‘Pst, het is niet leuk voor jou hier.’ We zijn geen aardig land voor armoezaaiers die op ons af komen.
Nu ja, dat is dus meteen ook oproepen tot allerlei gedrag dat erop gericht is dat de vreemdeling zich ongewenst voelt, in de hoop dat hij of zij zal opkrassen. Dat is wat velen hier doen, in mijn omgeving in Vlaanderen, want in Brussel voel ik dat veel minder. Vreemdelingen pesten Ik vind dat doodjammer dat we met zijn allen zo vreselijk tekeergaan.
Wij die graag pochen met onze open economie en kapitaalkrachtige investeerders van overal ter wereld verwelkomen met gigantische fiscale voordelen, struikelen over de arme sukkelaars die proberen te overleven aan de onderkant van de maatschappij. We steken niet onder stoelen of banken dat de bevolking die als storend wordt ervaren niet alleen Franstalig, maar ook gepigmenteerd, dikwijls moslim en tot overmaat van ramp arm is.
Dat is nog het ergste: dat ze armoedig zijn. We hebben geen bezwaren tegen de rijke vreemdelingen, van welke huidskleur, taal of geloofsovertuiging. Het is de armoede die ons bang maakt omdat ze ons herinnert aan de wankele basis van onze eigen welvaart. Onze diepste angst, is dat zij ons gaan verarmen en dat wij dientengevolge onze onrechtvaardig verkregen overvloed zullen verliezen.
Die angst gaan we vervolgens rationaliseren en er allerlei vormen aan geven: angst voor besmettelijke ziekten, geweld en zedeloosheid, verfransing, islamisering en de teloorgang van onze cultuur. Wat je maar wilt. De vreemdeling is de heraut van de ondergang van de Westerse Beschaving. Daar word ik stilaan een beetje moe van, al die kretologie die erop gericht is, dat wij beter zijn dan zij, en dat zij ons alleen maar kunnen verslechteren.
De paradox is nu dat Vlaanderen inderdaad en metterdaad onaantrekkelijk aan het worden is. Die verstikkende atmosfeer, de benauwde lucht, die bekrompen kortzichtigheid van een vadsig en zelfgenoegzaam, bepaald soort Vlaanderen. Het is soms om kippenvel van te krijgen. Wordt toch eens wakker mensen in de eenentwintigste eeuw, nu het eerste kwart naar zijn einde neigt.

Gewoon even doen!

5. “Wir schaffen das.”

Er zijn grotere problemen dan de onze, zoals de klimaatverandering, de vervuiling, de ongelijkheid waarvan de migratie maar een symptoom is. In plaats van ‘kurieren am symptom’ of te vervallen in populistische extremen zouden we de werkelijke uitdagingen moeten zien liggen
De historische woorden van mevrouw de Bondskanselier Angela Merkel indachtig, moeten we ervan uitgaan dat we het wel aankunnen, als we maar willen. We kunnen zonder veel problemen een redelijk aantal nieuwkomers opvangen. Op termijn zullen die onze verouderende samenleving, die zucht onder de vergrijzing, helpen overleven. Er is trouwens geen denkbaar alternatief.
We willen toch geen samenleving die gebaseerd is op uitsluiting en geweld? Er moet toch een plaats zijn voor iedereen, met gelijke kansen voor elke boreling? Nou dan zullen we daarvoor moeten werken, en een van de meest tijdrovende en ondankbare taken is toch een klein beetje weerwerk te bieden aan de rechtse haatpraattrollen die de virtuele ether verzieken met hun laatdunkende en paranoïde commentaren.
We zullen de demon in onszelf moeten overwinnen: die diepgewortelde angst voor het andere, het vreemde en het verschillende. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Hoe dan ook moeten we de hand reiken aan degenen die zich in onze buurt willen vestigen en met hen een gesprek aangaan, ook als dat van ons vergt dat we op sommige ogenblikken de taal van de anderen spreken.
Er leeft in de rand rond Brussel een oude vete omtrent taalgebruik. Voor ons is dat van grote historische betekenis in het kader van de Vlaamse bewustwording in de negentiende en twintigste eeuw. Ik denk dat we vandaag voldoende bewustzijn hebben, om die periode als afgesloten te mogen beschouwen.
We moeten ons niet meer zo afzetten tegen Franstalige overheersing, want in het België van vandaag zijn het de Vlamingen die de plak zwaaien. Niets houdt ons tegen om als natie binnen onze staatsvorm onze plaats in te nemen in de vaart der volkeren en open op de wereld te staan, wat in onze aard ligt, gezien onze geografische ligging, onze economie en onze geschiedenis.

Wegwijs

6. Randgebeuren

We zijn een klein land, en dan heb je veel buitenland. En ook veel buitenlanders. Die krijg je er niet meer uit, wat je ook mag bedenken, dus heb je een buitenlanderbeleid nodig. Ik mocht wensen dat zo’n beleid vriendelijk is, genereus en rechtvaardig. Daar staat we op dit ogenblik ver vanaf. We moeten opkomen tegen racisme en vreemdelingenhaat.
Dat is het werkelijke probleem en daar kunnen we wel iets aan doen, in tegenstelling met de migratie op zich, die je wel een beetje kunt kanaliseren, maar niet tegenhouden. Zolang we niets doen aan de oorzaken van de bevolkingsdruk is het dweilen me de kraan open.
Moeten we nu echt verkrampen iedere keer als iemand in onze contreien de taal van Molière gebruikt om zich uit te drukken? Moeten we zuur krijgen en brieven op poten schrijven als een moe geplaagde basisschooldirectrice een Franse mededeling rondstuurt? Is dat werkelijk het enige probleem, of is er toch niet ook iets heel anders aan de hand?
Er is een belangrijke volksverhuizing bezig vanuit Brussel naar de Rand. Degene die weet hoe je dat moet stoppen, mag het zeggen, maar voor zover ik kan zien, zal niemand die indammen. Er komen steeds meer vreemdelingen op ons af. Dat kunnen we niet veranderen, ook niet door te zagen, te zaniken en te zeuren, zoals velen doen in deze zure omgeving. We zullen moeten leren ermee leven. Het wegwensen zal niet helpen.
We zullen op een of andere manier de nieuwkomers de hand moeten reiken, hen ontmoeten en wegwijs maken in de wirwar van onze instellingen. Integratie is een werkwoord, en het is niet alleen maar een eis van een kant. We zullen daar aan beide kanten moeten aan werken, en dan schieten we niet op met allerlei mismoedige reacties omtrent het anders zijn, met inbegrip van het taalgebruik. Ik weet dat dit een historisch pijnpunt is.
Er leven in onze streek meer Franstaligen dan in andere gebieden in Vlaanderen. We hebben met andere woorden een belangrijke Franstalige minderheid. Dan moeten we als natie doen, wat elk deftig land in de wereld behoort te doen, namelijk een welkomstbeleid voeren, en de minderheidsrechten respecteren, en niet meteen alle stekels opzetten, en telkens wild te keer gaan bij het horen van een Romaanse taal. Daar schieten we echt niet mee op.
Besluit
De school is de motor van het integratiebeleid. De mensen voor wie ik elke dag zorg, met van de armste gezinnen, integreren zich vaak via de kinderen, zeker de moeders. We moeten die gezinnen zoveel mogelijk betrekken bij het onderwijsgebeuren en dat lukt alleen maar op een vriendelijke manier op basis van wederzijds respect.
Dus moeten we niet altijd weer opnieuw morren, mokken en mopperen, wanneer de andere ons pad kruist, maar wel proberen iets te doen aan de geweldige problemen die op ons af komen. Daar is een stukje (zelf)vertrouwen voor nodig. En ja, het zal moeite kosten.