Ontslaving: Richard Burton: “To drink or not to drink”

Doorzoek de site

Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Post Type Selectors
Search in posts
Search in pages

6 augustus 2021

Richard Burton (Pontrhydyfen, 10 november 1925 – Céligny, 5 augustus 1984) was een Welsh film- en toneelacteur die maar liefst zeven keer genomineerd werd voor een Oscar, maar er telkens naast greep.

Zoon van een mijnwerker

Richard Jenkins was de zoon van een Welshe barmeid en een mijnwerker die liever op de lappen ging dan te zorgen voor zijn gezin. Na de dood van Richards moeder nam de schoolleraar Philip Burton hem onder zijn hoede. Hij ontdekte het acteertalent van de jonge knaap en introduceerde hem in het theater.

Burton besloot al snel zijn geluk te beproeven in Hollywood, waar hij de hoofdrol kreeg in de film ‘My cousin Rachel’, met Olivia de Havilland als tegenspeelster. Ondertussen bleef hij optreden in het theater waar hij vooral faam verwierf met zijn Shakespearevertolkingen. Zijn interpretatie van Hamlet uit 1964 was memorabel en velen zagen in hem de natuurlijke opvolger van Laurence Olivier.

Stormachtige romance

In het begin van de jaren zestig ontmoette Burton actrice Elizabeth Taylor. Het werd het begin van een stormachtige romance die geregeld voer was voor de roddelpers. Het koppel stapte in het huwelijksbootje op 15 maart 1964. Ze werkten samen aan elf films, waaronder verfilmingen van ‘Who’s Afraid of Virginia Woolf?’ en ‘The Taming of the Shrew’.

Terwijl beide acteurs vochten tegen hun verslavingen – Burton was al jaren zwaar aan de fles – raakte het koppel van elkaar vervreemd. Ze scheidden in 1974 en hertrouwden in 1975, om het jaar daarop opnieuw te scheiden.

Fatale alcoholverslaving

Burton stierf op 5 augustus 1984, op 58-jarige leeftijd, aan een hersenbloeding in zijn huis in Céligny, Zwitserland. Hij was jarenlang alcoholist geweest en leed aan artritis, dermatitis en levercirrose.

Alcohol heeft Burton zijn hele leven parten gespeeld. Ook was hij een stevige roker. Op een gegeven moment dronk hij maar liefst drie flessen wodka per dag en rookte hij 100 sigaretten. Tijdens de opnames van zijn film ‘The Klansman’ moesten verschillende scènes met hem zittend of liggend worden opgenomen, omdat hij amper op zijn benen kon staan. Naar verluidt dronk Burton om de leegte van het leven naast het podium op te vullen. Bovendien kon hij niet verkroppen dat zijn vader zijn talent nooit erkend heeft.

Foto: Joop van Bilsen / Anefo, CC0, via Wikimedia Commons

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Ook interessant?