Ontslaving: alcohol

Doorzoek de site

Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Search in posts
Search in pages

2 maart 2021

Als onderwerp is alcohol op zich een boek waard. Het is een wonderlijk middel dat sinds de vroege Bijbel deel uitmaakt van onze cultuur. Genesis 9:20-23 vertelt over Noach die na de zondvloed een wijngaard plantte en wijn dronk, tot hij zo laveloos werd dat hij poedelnaakt in zijn tent ging liggen. Nu had Noach drie zonen: Sem, Cham en Jafet.

De middelste, Cham, was een beetje een deugniet. Hij zag zijn vader naakt liggen en maakte zich daar vrolijk over. Totdat de twee andere broers, Sem en Jafet, meer van het gezagsgetrouwe type, duidelijk gegeneerd met afgewende blik, achteruit de tent in kropen, met een laken om de schamelheid van hun vader te bedekken.

Het is een smakelijke anekdote die duizenden jaren oud is. Toen ik kind was, pakweg een halve eeuw geleden, dronk zowat iedereen in het dorp. Zeker tijdens kermissen en feesten waar het katholieke Vlaanderen vol van is. De Vlaming feest graag en daarbij vloeien de alcoholische dranken rijkelijk. Hetzij onder de vorm van sloten bier, hetzij wijn of nog sterkere dranken.

We zijn een feestelijk volk met een Bourgondisch karakter. Bij de minste gelegenheid gaat er een fles open en worden de glazen bovengehaald. Ik kreeg als kind al alcohol te drinken tijdens familiegelegenheden, bruiloften en communiefeesten waar gretig wijn en bier werden geschonken. Nu is dat niet meer voorstelbaar, maar wij konden als pubers volop roken en drinken in familieverband en zelfs op school.

In het jezuïetencollege waar ik de humaniora volgde, mocht het vanaf vijftien jaar in de recreatieruimte. De wijze paters meenden dat het beter was de jongeren te laten proeven van de geneugtes des levens zodat ze de nodige vaardigheden verwierven om er later niet ten prooi aan te vallen. Het gebruik werd wel beperkt en in banen geleid, maar niet verboden. In die tijd golden nog andere maatstaven en de tolerantie voor alcohol- en nicotinegebruik was in wezen reusachtig als je met nu vergelijkt.

Voor jongeren zijn we sindsdien strenger geworden, maar die generatie van toen, waar ik toe behoor, is nog lang niet uitgestorven, al worden we oud. Vandaag zijn het dikwijls toch de volwassenen en de jongbejaarden die aan het stuur betrapt worden. Om maar te zeggen dat het gebruik veel voorkomt in alle lagen van de bevolking en op alle leeftijden. Niet alleen bij jongeren. Dat is ook zo in de landen die ons omringen. Is dat een probleem? Daar kun je op verschillende manieren naar kijken.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.