Biecht

3 oktober 2020

Biecht

Ik kniel en ik beken, mijn biechtvader, eerwaarde!

Te veel hield ik van prikkelende woordenroes,

Extase met vervoering, en geroezemoes,

dat ‘t nutteloze aan ‘t onaangename paarde.

 

Tot Jezus Christus me eens goed in d’ogen staarde,

En sprak: het moet nu uit zijn met de flauwe smoes.

Hij klapte in zijn handen en plotsklaps pardoes,

Lag ik op madeliefjes en de aangestampte aarde.

 

Uw stola, Vader, mag ik raken. ‘k Kus uw mouw.

Dat uw manipel mij uit hellepoel mag heffen!

Vergeef me, of ik vraag het Onze Lieve Vrouw.

 

Al moet ik tot mijn schande al mijn schuld beseffen,

Ik worstel met mijn spijt in tranen van berouw,

En zal mezelf in boetedoening overtreffen.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ook interessant?

Praatprogramma

Praatprogramma

Praatprogramma Er valt op zijn betoog weer weinig af te dingen. Hoe de Islam verschilt van Katholieke kerk, Hij stelt...

Publiciteit

Publiciteit

Publiciteit Tele-geleid heb ik de beeldbuis aangestoken. ’t Begin kon ik niet zien. Het is vast geen gemis. Ik viel te...

Gandhi

Gandhi

Gandhi In boosheid overal blijft politiek verharden, Maar ook in ons land vallen lijken uit de kast. Fier wapperen de...