Verdraagzaamheid

19 juni 2020

Censuur?

1.      Stereotiepen

Wat hebben Blackface, een carnavalpraalwagen in Aalst en Mohammed-cartoons met elkaar gemeen? Dat een gemeenschap of groep het morele recht heeft protest aan te tekenen tegen de manier waarop ze in het openbaar afgebeeld wordt wanneer dat als kwetsend en beledigend wordt ervaren. Er zijn grenzen aan de vrije meningsuiting op basis van de menselijkheid.

Op zijn minst hebben de mensen die zich geviseerd voelen het recht hiertegen te protesteren, en dat is wat ook gebeurt. In de Verenigde Staten is er al jaren in Hollywood en overal elders een stroming in de burgerrechtenemancipatie die de nadruk op het belang van beeldvorming vestigt, om een land met gelijke kansen te scheppen.

Met Blackface bedoel ik de beweging die in de Angelsaksische wereld wil verhinderen dat zwarten in de amusementsindustrie op een stereotiepe manier worden afgebeeld, wat een uitloper heeft in de zwartepietdiscussie in Nederland en ook een beetje in Vlaanderen. Moeten we het leuk blijven vinden dat spelers zich zwart verven om een beeld van de Afrikaan neer te zetten dat de aanwezige Afrikanen alleen maar als storend en onaangenaam kunnen ervaren?

De Aalsterse praalwagen beeldden Joden af op een karikaturale manier die een beetje historisch bewuste persoon onmiddellijk doet denken aan de Kristallnacht van 9 op 10 november 1938, waarbij in heel Duitsland allerlei Joodse doelwitten het moesten ontgelden. Om van de Holocaust te zwijgen. Daar valt niet mee te lachen. Dat moet je niet doen, die pijnlijke geschiedenis zo door het slijk halen.

We lachen iemand in een rolstoel toch ook niet uit? Iedereen voelt toch aan dat er grenzen zijn voorbij dewelke het niet meer grappig is. Als je iets doet in de media of de amusementsindustrie zou je dat toch moeten weten? Ook de moslims zijn vaak kop van jut en zien zich blootgesteld aan stereotiepe beeldvorming en haatpraat alom, maar laten we het deze keer vooral over de beelden hebben.

Neem nu de Deense Mohammed-cartoons van een paar jaar geleden. Er zijn nog voorbeelden op te noemen van beelden en afbeeldingen die kwetsen, en die afkeer en haat oproepen.

(on)Verdraagzaamheid

2.      De wortels van het misprijzen

Ik ben absoluut geen voorstander van censuur. Het is niet de taak van de overheid om voorafgaandelijk tegen haat op te treden, maar als er uitingen zijn van racisme, moet het wel mogelijk zijn daar klacht tegen in te dienen zodat het gerecht uitspraak kan doen. Er moet toch een manier bestaan om het gebruik van denigrerende massamediaberichten te beteugelen? Dat die veel leed veroorzaken, staat buiten kijf.

De kernwoorden hier zijn ‘kwetsen en tot haat oproepen’. Dat is wat we moeten bestrijden en tegengaan, op een vriendelijke, maar niet aflatende en kordate manier. Als we goed willen samenleven in onze diverse samenleving zal iedereen toch een minimum van fatsoenlijk gedrag aan de dag moeten leggen, net zoals er in het straatverkeer toch ook regels moeten zijn. Naarmate de maatschappij complexer wordt, worden die regels ook meer ingewikkeld.

Een gemakkelijkheidsoplossing is er niet en het probleem zal niet vanzelf weggaan. Er zal toch iets moeten gebeuren, gezien de grote macht die de massamedia op de menigte uitoefenen. Degenen die daar een beslissende rol in spelen, de makers van al dat entertainment, moeten beseffen dat zij over een grote macht beschikken als zij er in slagen grote aantallen consumenten te bereiken.

We zouden het in deze tekst voornamelijk over beelden hebben. Dan moet je een beetje in beeldtaal gaan denken om te begrijpen dat sommige beelden kwetsender zijn dan andere. Het vergt enig historisch inzicht, een gave waarvan velen op de social media blijkbaar verstoken zijn, naast empathie, wat ook een zeldzaam talent is.

De Joden zijn er altijd geweest. Het gaat niet (meer) om migranten. Velen zijn van generatie op generatie Belg, zonder daarom van het stigma af te raken. Daar zijn de wereldoorlogen overheen gegaan met de poging tot volksuitroeiing. Daar moeten we geen grappen over maken, want het is absoluut niet om te lachen.

Dat minimum beetje historisch besef zou elke mediamaker toch moeten hebben. Ook de carnavalsgroep in Aalst die hiermee uitpakte zou dat moeten beseffen, en als ze dat niet doen, dan mag dat aan de kaak gesteld worden.

Anders

3.      En toch hetzelfde

Iedere groep of gemeenschap is anders in zijn of haar eigenaardigheden, maar iedereen wil uiteindelijk hetzelfde: een bestaan opbouwen. Het lijkt moeilijker dan het is. Je moet wel. In de praktijk moeten we allemaal op onze eigen manier aan de slag. Je moet zelf weten in hoeverre jij daar uiting aan geeft, aan het behoren tot een welbepaalde minderheidsgroep. Je moet daar maar je weg in vinden en dat gaat vaak niet over rozen.

Iedereen moet de vrijheid krijgen zelf te bepalen of je die identiteit in de verf zet en daar bestaat een grote variatie van strategieën in. Al die nieuwe groepen komen met hun gevoeligheden en daar moeten we leren rekening mee houden. Stel dat de samenleving niet divers zou, zijn zoals in sommige achtergebleven gebieden, dan is dat toch alleen maar eentonig en saai?

Ons land is het aan zichzelf verschuldigd een klimaat te scheppen waarin iedere gemeenschap kan gedijen, die vreedzaam tot samenleven bereid is. Geloof me, dat zijn ze nagenoeg allemaal. Deze wensdroom zal niet vanzelf tot stand komen en het zal inspanningen vergen. Daar zijn we mee bezig en het loopt niet altijd van een leien dakje. Wanneer we dan elkander gaan jennen met kwetsende beelden ontstaan er eindeloze discussies in een onaangename sfeer.

De staat heeft in onze moderne democratische maatschappij, hoezeer de democratie ook met een korrel zout te nemen is, het monopolie op de oefening van het recht en het geweldgebruik dat er noodzakelijk uit voortvloeit. Er zullen altijd stoute lieden zijn die misdaden of misdrijven plegen waartegen opgetreden moet worden. Dat geldt ook voor haatmisdrijven.

Zoals bijvoorbeeld systematisch kwetsen, beledigen en vernederen. Het spijt me voor de ontelbare horden van kwaadaardige haatpraattrollen die elke dag op social media hun gal spuien, maar er is weinig kans dat uw droom uitkomt, als zou iedereen in de toekomst in zijn eigen land blijven of ernaar terugkeren, hoe ongezellig het u ook u probeert te maken.

We moeten daar allemaal leren mee leven, met dat anders zijn. Zelf anders zijn, maar ook het anders zijn van de andere. Daar moeten we elkaar de ruimte gunnen, om te leren, en je kunt niet leren zonder fouten te maken. Dat moet allemaal kunnen, maar we moeten ook allemaal leren dat sommige dingen niet kunnen.

Volksverhuizing

4.      Toekomst

Ik las ergens (in Der Spiegel) dat nooit meer mensen op reis zijn getrokken dan afgelopen jaar. De wereldbevolking neemt exponentieel toe en we verplaatsen ons meer dan ooit. Tel daar nog de klimaatvluchtelingen bij die we de komende jaren moeten verwachten. Mensen van allerlei leeftijden, waarvan een aantal vervolgens ook weer kinderen krijgt. Niemand betwist dat het aantal vreemdelingen toeneemt.

Er komt heel wat op ons af, wat we ook mogen ondernemen. Ik kan me moeilijk voorstellen dat we daar veel gaan aan doen door te jammeren en te kankeren en nieuwkomers onheus te bejegenen. Al dat morren, mompelen en mopperen zet geen zoden aan de dijk. De groeiende toevloed van lui die elders zijn geboren, met veelal een verschillende huidskleur, geloofsovertuiging en cultuur kun je nauwelijks indammen, gezien de groeiende demografische druk en de uitgebreide transportmogelijkheden

We moeten echter ook niet gaan beweren dat we overspoeld worden. Onze economie heeft trouwens nieuwe menselijke krachten nodig. Het enige wat een probleem vormt is dat we moeten leren iets aardiger te zijn voor elkaar.

Hoe dan ook is het veel te laat om nog aan de volksvermenging te doen. Onze bevolkingen in het Vrije Westen zijn in stijgende mate bont samengesteld, zeker in de grote steden. Daar is heel veel weerstand tegen, zeker op het platteland en in de rustige stadjes, en af en toe slaat de vlam in de pan, maar in wezen zijn dat achterhoedegevechten.

Al dat gekanker slaat nog geen deuk in een pakje boter, wat de instroom betreft, maar zorgt er alleen voor dat de sfeer zienderogen verziekt. Ik heb toch sterk de indruk dat dit alleen maar toeneemt en dat het steeds vaker onaangenaam wordt, al die onverdraagzaamheid en xenofobie. Dat is onrustwekkend en zorgelijk en we zullen daar met zijn allen iets aan moeten doen. Dat is dan weer eenvoudiger dan het lijkt. Het zal in elk geval moeite kosten.

We moeten leren zorgvuldig met elkaar om te springen, en dat geldt met name voor degenen die in de media wat te vertellen hebben, en die al die dingen maken.

Recht

5.      Orde

Je kunt de redenering ook doortrekken naar de gay en transgender community die constant in het geweer is tegen de negatieve beeldvorming in de media en terecht aanklaagt dat homo’s en transgenders stereotiep en in een kwaad daglicht worden voorgesteld. Als de twintigste eeuw in al zijn ellende iets moois heeft voortgebracht is het wel de vrouwen- en homo-emancipatie. Het is geen verworven recht en er dient blijvend voor gestreden te worden.

We moeten elkaar geen mietje noemen. Als middenklasse homo voel ik me redelijk goed in dit land, dat tamelijk goede wetten heeft, en in een omgeving die me redelijk goed accepteert, maar ik merk wel dat met name transgenders nog lang niet zover zijn en zich vaak moeten afzetten tegen onbegrip en tegenwerking.

Het is een strijd die behalve in de openbare ruimte ook veelal in de media wordt uitgevochten, aan de hand van bekende mensen die zich outen of die zich laten verbouwen tot het andere geslacht. Daar praat iedereen dan over en het is zo dat hopelijk meer begrip tot stand komt. Zo gaat dat ook met gekleurde medemensen die, naarmate ze posities in het medialandschap verwerven, ook op straat meer respect gaan oogsten.

Het is belangrijk dat er goede en vooral diverse rolmodellen zijn, zodat iedereen zich vroeg of laat in een held kan herkennen. Die beeldvorming is van groot belang om onze samenleving te verbeteren of te verslechteren.

Neem nu het typetje ‘Brüno’ van Borat. Het gaat om een komiek die hier een stereotiep beeld neerzet, op of over het randje van het welvoeglijke, maar we aanvaarden dat van hem, omdat hij zelf homo is en omdat er een zeker metaniveau aan vast zit,

Insluiting

6.      Open armen

Daar heb je die andere klimaatopwarming, zeg maar de verhitting die we nu tot mijn grote verrassing meemaken. Toen ik uit einde jaren zeventig de kast kwam, hoopte ik op een wereld die dankzij de vooruitgang van de wetenschap en de technologie, kortom de kennis, steeds verder door zou evolueren naar meer verdraagzaamheid en begrip voor de noden van een aantal minderheden, die bij elkaar opgeteld toch een groot deel van de maatschappij uitmaken.

De laatste vijf of tien jaar heb ik het gevoel dat we erop achteruitgaan. De discussie wordt steeds harder en de uitingen van haat en xenofobie immer onbeschaamder. Dat is zorgwekkend en het noopt tot een positiebepaling. Als je open en vrank in de samenleving wil staan en aan de maatschappelijke discussie wil deelnemen, en dat wil ik, dan kom je al snel tot de ontdekking dat het niet overal even gezellig is.

Tel daar al het racisme bij elkaar waar gekleurde medemensen mee af te rekenen krijgen, de islamhaat, het groeiende antisemitisme, en de groeiende schaamteloosheid van al die weerzinwekkende uitingen van angst en haat, dan mogen we ons toch wel zorgen maken over het klimaat van tolerantie en inclusie dat we eigenlijk wensen.

Het wordt steeds bitser en dan ga ik mezelf afvragen of ik moet reageren? En zo ja, hoe? Als we zwijgen, zijn we in zekere zin medeplichtig, omdat we laten betijen, en niet tussenkomen als iemand kwetsende onzin staat te verkopen. Het is nodig dat af en toe iemand de stem verheft om te zeggen dat er grenzen overschreden worden, die niet iedereen blijkbaar zo maar ziet liggen.

Als dat een keer gebeurt, moet je er ook geen halszaak van maken, maar als het herhaaldelijk gebeurt, systematisch volgehouden en zonder enig teken van beterschap, ontstaat er wel een probleem en als dat in voldoende proporties gebeurt om schade te veroorzaken dan is toch een of andere vorm van optreden vereist.

Dat kan beginnen met verbaal protest, maar dan moet je ook voorzien zijn op soms pittig weerwerk, want die lieden zitten vaak niet om een krachtterm verlegen, en het kan ook bedreigend worden. Er kan een moment komen dat we genoopt zijn onze toevlucht tot de openbare macht te zoeken.

Politie

7.      Policing

Ik ben geen voorstander van de oprichting van een xenofobiepolitie die alle ranzige uitingen zou opsporen en bestraffen, maar wel van een faire samenleving waarin iedereen zich vrij kan ontplooien en dat vergt nu eenmaal mechanismen om op te treden tegen allerlei vormen van symbolisch geweld, of het nu om beelden of teksten gaat.

Vanuit een humanistisch standpunt dat iedereen van boreling tot sterveling gelijke kansen en rechten wil gunnen, ongeacht het geslacht, de afstamming, huidskleur, taal, cultuur of geaardheid, willen we graag alle gemeenschappen en groepen insluiten in onze ethische kring. Dat is heel wat om te behappen, maar het is op termijn het enige mogelijke ethische standpunt als we wereldvrede willen.

Niet iedereen wil dat, moet ik vaststellen, maar ik dus wel, en naar ik mag hopen, met mij ook vele anderen. Persoonlijk ben ik geboren in een maatschappij die homoseksualiteit veroordeelde, wat tot veel lijden en levensbeknotting leidde. In mijn levenstijd heb ik de maatschappij zien veranderen, waar nu een grote en weldoende tolerantie bestaat. Dat is ook allemaal niet zonder slag of stoot verlopen, maar we zijn er met zijn allen wel op vooruit gegaan.

Daar moeten we een voorbeeld aan nemen aan de arbeid die we moeten verzetten om van onze samenleving iets te maken, dat toch al beter is dan de rauwe jungle waar de sterkste overheerst, en de zwakke uitgebuit en beschadigd wordt. Het punt is dat we naar voren durven treden, als individu die onderdeel uitmaakt van een minderheid. We moeten zichtbaar worden. Dat kan soms alleen als we ons laten horen.

We moeten durven om excuses vragen. Dat kan veel helpen als iemand zijn excuses aanbiedt, als die tenminste gemeend zijn, zodat je er bijvoorbeeld uit op kunt maken dat desbetreffende er iets uit geleerd heeft.

Dat is iets heel anders dan excuses zoeken en allerlei redenen bedenken waarom het niet zo erg is. Vaak krijg je dan te horen dat het zo niet ‘bedoeld’ was. Nu is er een groot verschil tussen iets wat bedoeld is en iets wat gevoeld wordt aan de andere kant. Dat is iets wat we allemaal moeten leren, dat het niet genoeg is dat iets niet slecht bedoeld is om te voorkomen dat het kwetst.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ook interessant?

Kippencrisis

Kippencrisis

Kippencrisis Ik word stilaan niet goed van eieren en kippen. Al was het leven mooi, wij aten ongezond. En propten met...

Meeldauw en droogrot

Meeldauw en droogrot

Meeldauw en droogrot Een bitter mens degene die niet kan vergeten, Die geen remedie vindt voor zijn herinnering....

Naar de stembus

Naar de stembus

Naar de stembus In plaats van u te goed te doen aan slagroomtaarten, O kiezer, steek uw kop niet langer in de strop;...