Kieskoorts

We leven in een periode van voorzichtige zaken, met een minderheidsregering, die over alles met het parlement moet onderhandelen, na een schandelijke vertoning de afgelopen weken, waarbij de regering Michel niet viel maar verbrokkelde, over een tekst die door honderddrieennegentig landen van de Verenigde Naties samen is opgesteld, het zogenaamde migratiepact.
Dat is een rustige internationale beginselverklaring, die een paar bakens poogt uit te zetten in de chaos die nu omtrent migratie heerst. Elk land doet maar wat, op grond van de nationale soevereiniteit. Er wordt met migranten driftig heen en weer geschoven dat het een lieve lust is. Niet alleen in ons land, maar zowat overal heersen daarover pittige discussies.
Het beleid is een hete aardappel in zowat elk land dat je kunt bedenken. Tijd voor internationale afspraken, zou je toch denken? Nu is daar na jaren overleg een consensus uit naar voren gekomen die in Marrakesh is aangenomen. Ik lees daar niets extreem in, en ook niets nieuws. Het beleid moet ferm maar humaan zijn, en de persoon om wie het gaat, de vluchteling heeft rechten en plichten.
Wij mogen onze grenzen niet sluiten voor wie een erkende grond had tot vluchten. Daar valt onder meer politieke vervolging of staatsgeweld onder, maar ook behoefte aan een medische verzorging die plaatselijk niet voorhanden is. Wanneer een slachtoffer van terreur of catastrofes aan onze deur aanklopt, mogen we die niet sluiten.
Dat is de menselijke houding die we dienen aan te nemen. Dat kan alleen gebeuren door elke aanvraag individueel te onderzoeken en te beoordelen. Dat doen we al vele jaren onder de termen van de vluchtelingenconventie van Genève 1951. Ieder mens heeft het recht zich kenbaar te maken als slachtoffer van onrecht, en verdient desgevallend opvang en verzorging.
Het is onze verdomde plicht als mens, en wie dat niet erkent, is hardvochtig en egoïstisch. Wie wil leven in een land dat de internationale verdragen niet erkent en de universele mensenrechten met voeten treedt? Een rijk land als België moet zijn rechtmatig aandeel mee dragen in de ongemakken die ontstaan als mensen zich verplaatsen door toedoen van oorlog en geweld. We moeten als land een minimum van fatsoen behouden, en de regels toepassen.