Hemelvorstin

 

Wij vrouwen staan klaar om haar offers te brengen.

We bakken beeldkoeken voor de koningin

Des hemels. Daar gaat wel heel veel honing in.

In veerlicht gewaad met losse haarstrengen.

 

Gaan wij voor haar altaar de geuroffers plengen,

Zo komt er geen kwelling de leefwoning in.

En houdt haar genade ook verschoning in

Nardus met wierook en met mirre vermengen,

 

In duistere kring in de ronde gaan staan,

En we barsten los in een donker gezang.

Ons richtsnoer gespannen op boog van de maan,

 

Geen dadendrang kent zij, geen enkele dwang.

Zo volgen wij haar onnavolgbare baan.

We horen geen mannen, gaan vrij onze gang.