Een eretribuut

Van al degenen hier bijeen ben ik, samen met Hedwig, wellicht degene die jou het langste gekend heeft. Ik was al zestien, maar jij nog niet, toen we elkaar de eerste keer zagen, want jij verjaarde pas in november, toen de school weer openging begin september 1972 in het Jezuïetencollege Sint-Jozef te Aalst. Daar zat jij ineens, in ons nieuwe klaslokaal, de vreemde eend in de bijt. De nieuwe jongen, die we nog nooit hadden gezien.

Voor het overige waren we een ruige klas van meer dan twintig balorige en baldadige jongens, die elkaar goed kenden. Meisjes waren er niet. We hadden toen nog gescheiden onderwijs. Dat kunnen we ons nu niet meer voorstellen. Een jongenscollege. Toen leek dat nog helemaal normaal. Zo heb ik jou leren kennen.

Zo een hoop adolescenten bijeen, dat leidt tot uitwassen. Je stak een beetje af bij de rest. Je was modieus gekleed en geparfumeerd, door je moeder, over wie we het hier niet zullen hebben. Je was zachtaardig. Je werd meteen gepest door een groep jongens die geen gelegenheid onverlet lieten om jou als nieuwkomer te vernederen en te kwetsen.

Ik heb in het begin wellicht even aan meegedaan, aan dat pesten, want ik was ook niet heilig, maar ik ging ervan walgen, aangezien ik jou op prijs begon te stellen, naarmate ik erachter kwam wat voor een fijne mens je bent. Tijdens een retraite heb ik redelijk theatraal al mijn moed verzameld, en ben ik dwars tegen die pestbende ingegaan, om jou te beschermen.

Zo ontstond een vriendschap die tientallen jaren zou duren, waarin ik jou heb leren kennen als een warmvoelend, genereus en kwetsbaar mens. Vooral dat laatste. Een kwetsbare man.  Zeer intelligent ook. Origineel en meeslepend op sommige momenten, en soms ook in een baan om de aarde. Dan was je niet altijd te volgen.

We hebben samen in Leuven gestudeerd en zijn allebei arts geworden begin jaren tachtig. Dokter in de genees-, heel- en verloskunde heette dat toen nog plechtstatig. Die titel is later afgeschaft, maar wij hebben hem nog. We zijn intussen andere richtingen uitgegaan. Dat is bij iedereen zo, maar we zijn elkaar altijd blijven kruisen.

De laatste jaren wisselden we voornamelijk nog e-mails uit, en ik kon vaststellen dat jij onveranderd was gebleven. Je bent naar Zuid-Afrika vertrokken, en je gaf de indruk dat jij gelukkig was. Ik ben blij dat je ook zulke mooie jaren hebt mogen kennen.