Zwarte Piet

25 mei 2020

Zwarte Piet

Op tafel liggen saam gevouwen zwarte handen.

Een Afrikaanse jongen, amper twintig jaar,

De kneukels kruiselings geschrankt in bidgebaar,

Hier aangespoeld uit de erbarmelijke landen.

 

Omhanden heeft hij niets, en ook geen onderpanden.

Papierloos stotterende, zwarte stamelaar,

Uit kortgeschoren schedel priemend kroezelhaar,

En een gebit volledig blikkerende tanden.

 

Hier aanbeland uit krijgsgebied vol dampend kruit

Ik kan mijn ogen naar ik lees, niet meer geloven:

Op vaste grond van een onwrikbaar raadsbesluit,

 

Wordt hij weer naar zijn eigen roofstaat afgeschoven.

De stempel wijst de jongen onbetwistbaar uit.

Hij schudt mijn hand en keert mijn ziel ondersteboven.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ook interessant?

Kippencrisis

Kippencrisis

Kippencrisis Ik word stilaan niet goed van eieren en kippen. Al was het leven mooi, wij aten ongezond. En propten met...

Meeldauw en droogrot

Meeldauw en droogrot

Meeldauw en droogrot Een bitter mens degene die niet kan vergeten, Die geen remedie vindt voor zijn herinnering....

Naar de stembus

Naar de stembus

Naar de stembus In plaats van u te goed te doen aan slagroomtaarten, O kiezer, steek uw kop niet langer in de strop;...