Jeugdherinnering

4 juni 2020

Jeugdherinnering

Mijn raam gaf uit op de Sint-Nicolaas kerktoren,

Oorspronkelijk omringd door tombe, graf en zerk,

Maar later door een aangeharkt gazongrasperk,

In Liedekerke waar ik zowat ben geboren.

 

Wat er gebeurde kon je in de kamer horen.

De metten en het lof. Het koor. Het orgelwerk,

Het klokkenluiden van die builenpokken-kerk.

Al ging er iemand dood, de ziel ging niet verloren.

 

Ik had het beste zicht op de begrafenissen,

De rouwstoet, want er werd nog ouderwets getreurd.

De wierook en het kaarslicht van de dodenmissen,

 

Met zwart en paars, het hart bezwaard, door smart verscheurd.

De heiligen die toekijken uit schaduw-nissen.

Terwijl het overschot de laatste eer gebeurt.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ook interessant?

Procedurefout

Procedurefout

Procedurefout We zitten lang verlegen zonder inspiratie. Er mag nog veel te doen zijn omtrent Assubel, Of de...

O zijt gij niet van zessen klaar?

O zijt gij niet van zessen klaar?

O zijt gij niet van zessen klaar? Niet alle dagen staat de zon op in De Morgen, Vraag het aan ex-hoofdredacteur Ludwig...

Wie heeft dit verdiend?

Wie heeft dit verdiend?

Wie heeft dit verdiend? Het Vlaamse Heir staat in het liedje immer pal, Maar soms marcheert een regiment een beetje...