Gedempte klacht

2 augustus 2020

Gedempte klacht

Antinoös, waar zijt gij? Nu het licht geslonken

Is, en alles dooft, bederft of doodgaat en vergaat.

Ik heb een eeuwigheid gewacht, het wordt nu laat,

Maar ben nog steeds in jouw herinnering verzonken,

 

Jouw mond en oogopslag die jij me hebt geschonken.

Mijn jongen en mijn man, mijn makker en mijn maat.

Waar ben jij dan, mijn oogappel, nu het uur slaat,

Waarom ben jij destijds in kalme Nijl verdronken?

 

Daar in de fluisterrietkraag aan de waterzoom,

Uittredend in de breedte en vernauwend in de smalte.

Gedwee meedeinend op de kabbelende stroom.

 

Op ’t glinsterende water drijvende gestalte,

Vol schuchterheid en schaamte en verschraalde schroom,

Gestokte ademhaling en een hoog verdrietgehalte.

 

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ook interessant?

Biecht

Biecht

Biecht Ik kniel en ik beken, mijn biechtvader, eerwaarde Te veel hield ik van prikkelende woordenroes Extase met...

Praatprogramma

Praatprogramma

Praatprogramma Er valt op zijn betoog weer weinig af te dingen. Hoe de Islam verschilt van Katholieke kerk, Hij stelt...

Publiciteit

Publiciteit

Publiciteit Tele-geleid heb ik de beeldbuis aangestoken. ’t Begin kon ik niet zien. Het is vast geen gemis. Ik viel te...