De moeder van alle tochten

Doorzoek de site

Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Search in posts
Search in pages

19 maart 2020

De moeder van alle tochten

De pest, de doorloopcholera, de klerenpokken,

De vogelgriep, een kopvalling, het vliegend zot,

Krampachtige bevolking  zittend op de pot,

Er is geen maat aan al het kwaad dat ik berokken,

 

En al het onheil dat ik over u zal lokken.

Opstapeling van vocht. Het knagen van de rot,

En etterbuilen die zich volzuigen met snot.

Geen zaad dat nog de weg vindt naar de eierstokken.

 

Afvallig volk dat rond krioelt in klamme krocht!

De argeloze speelbal van gewetenloos penoze!

Door alle plagen van Egypte wordt u thuis bezocht.

 

Verkeersinfarct. Een opstoot van tuberculose.

Fijn stof, asbest, en een massale waanpsychose.

Tot slot nog dit: En nooit meer een Elfstedentocht!

 

1 Reactie

  1. Avatar

    De vader van alle duistere krochten

    Wie raaskalt hier van kwaad, de duivel of jouw God?
    Wiens vloek spreidt zich als gifgas uit over de aarde
    en schept genoegen in vervloeken en ontaarden
    zodat hij klinkt als een diep doorgesnoven zot?

    Niest hier een opperwezen aangetast door rot
    -dat ooit de wrede Armageddon openbaarde
    en toch al nooit zijn onderdanen spaarde-
    over ons zijn ziektekiemverzadigd snot?

    Afvallig volk? Zijn virus spaart geen arme ziel
    gelovig, ongelovig, niemand kan ontsnappen
    hij dobbelt niet, maar spielt das grosze Spiel

    dat zelfs zijn plaatsbekleders niet blijken te snappen
    wij arme stervelingen zijn weer de schlemiel
    het wrede lot slaat ons met dodelijke klappen

    Marforio, 19 maart 2020

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ook interessant?

De paniek van Pascal

De paniek van Pascal

De paniek van Pascal Marf kent geen God in 't diepst van zijn gedachten, En als hij kwam dan zette hij Hem uit, “Want...

Ezekiël 34, 11-12 + 15-16a

Ezekiël 34, 11-12 + 15-16a

Ezekiël 34, 11-12 + 15-16a De Herengod zegt, zo vertelt een profeet: “Zelf zal ik mijn kudde behoeden en weiden, De...