Biecht

24 oktober 2020

Biecht

Ik kniel en ik beken, mijn biechtvader, eerwaarde

Te veel hield ik van prikkelende woordenroes

Extase met vervoering, en geroezemoes,

dat ‘t nutteloze aan ‘t onaangename paarde

 

Tot Jezus Christus me eens goed in d’ogen staarde

En sprak: het moet nu uit zijn met de flauwe smoes

Hij klapte in zijn handen en plotsklaps pardoes

Lag ik op madeliefjes en de aangestampte aarde

 

Vergeef mij, Vader, mag ik bidden. ‘k Kus uw mouw

Dat uw manipel mij uit hellepoel mag heffen

Uw stola, of ik vraag het Onze Lieve Vrouw.

 

Al moet ik tot mijn schande al mijn schuld beseffen

Ik worstel met mijn spijt in tranen van berouw

En zal mezelf in boetedoening overtreffen.

 

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ook interessant?

Sinterklaas

Sinterklaas

Sinterklaas Daar staat hij weer, karikatuur van pedofielen, Met staf en mijter op de voorplecht dwaas te staan. De...

Benedijen

Benedijen

Benedijen Een kindje was erbij dat in de nacht bleef waken. De dans was eng, vier meisjes op een wild geraas. Al...

Een andere versie

Een andere versie

Een andere versie Cloaca Maxima heeft één beeld uitgepoept. De Tiber heeft de tors gereinigd. De prelaten, Die wilden...