In Groningen bestaan ze nog de dodenakkers.

Of oer-Keltische hoopjes stapels laag op laag,

Uit vroeger tijden opgericht tot op vandaag,

Door boeren, veetelers en vroege pottenbakkers.

 

De primitieve stumpers en vergeten stakkers

Meanderwater stroomt voorbij breeduit en traag.

Het legt zich om de brinken in een oude hinderlaag.

Er zwemt een stuk of wat twee neanderthaler rakkers.

 

Op drijfzand blijkt gebouwd het slijkerig heelal

Na jaren optasten van zware heideplaggen,

Gehaald met man en macht uit de wat heet potstal…

 

Hun beeld doemt op uit opwaaiende spinnenraggen.

Als scherven aardewerk in een gebroken mal.

Van scheefzakkende torens waaien rafelvlaggen.