Hoezeer ook Liechtensteinse koorts mag overkoken:

Het mond- en klauwzeer is een overschat gevaar,

In vergelijking met de duivelskunstenaar,

De dichter die in grote woede is ontstoken.

 

Marforio in vuurwerkkunsten uitgebroken.

Zijn vierspan won het op een ros van zessen klaar.

Zichzelf heeft ingehaald de woordentovenaar,

Door woordenstrijd witheet tot gloeien op te poken.

 

Pasquino hoedt zijn onbesmette kudde vee,

Met even hoeven, ver van dolle koeienwoede,

En Pan speelt op zijn fluit. Het rund gaat mee, gedwee,

 

Vooruit gedreven door een prikkelende roede.

Schalmei. Zes voeten van een lettergreep of twee.

En nooit geen rijmdwang, zo Almachtig God verhoede