Als U verzoekt de pen als wapen aan te grijpen,

Zo scherp gesteld als onscherp naverteld, ik mocht

Uw drift polijsten. Naarstig zij dan ook gezocht

Naar middelen om ruw talent wat bij te slijpen,

 

En wat nog te veel uitsteekt er weer af te knijpen.

Dan kan het nog wat worden met wat mest en vocht,

Vermeerderd met wat Goddelijke ademtocht,

En tijd, want ach hoe lang moet jij niet liggen rijpen!

 

Bij dit vertoon heeft zich de Grootinquisiteur,

Zich kostelijk ten koste van je werk vermaakt,

Gelachen de zedenbrigade-inspecteur,

 

En Zuster Margarine tanden uitgebraakt.

En zij lag in een deuk in een urinegeur,

En menigeen die dag heeft schaterlach geslaakt.