De waarde van het bewaren

27 Februari

 

“In bloei de rozenstruik, de nachtegaal is dronken.”

In schenkhuis schitterend van fonkelende schijn

Weerklinken blaasriet, snaren en de tamboerijn.

Het ene na het ander glas wordt uitgeschonken,

 

De glazen randen rinkelend aaneengeklonken.

Er valt een rode traan in roemer vol van wijn,

Lost er in op als vreugde in de minnepijn.

De dichter in een diepe mijmering verzonken,

 

Verliest zijn aandacht voor het lallende geschater.

Dan zingt de liefdesvogel in het lustprieel.

Hij kweelt voor het moment, zich niet bewust van later,

 

En geeft een les in dichtkunst aan de menestreel.

“Ik schrijf met wijn vergeefs mijn naam neer in het water”

En straks blijft niets meer over van dit tafereel.

Written by
No comments

LEAVE A COMMENT