HomeSonnetten (Page 6)

Sonnetten

Slapeloos wiegeliedje Nu een voor een geteld: voorbijkomende schapen, Teruggekeerd naar warme en geborgen stal, Een wollige en droge vachtenwaterval, Die maar aan een ding denkt, met name veilig slapen,   En in hun dromen hun verleden samenrapen. Als ooit het einde komt, is het een droge knal, Ofwel een mes dat halsslagader

Schapen tellen Met schapen tellen komt de boer in bed niet klaar. Het wordt weer een van die schier eindeloze nachten, Met kwade dromen en vervaarlijke gedachten. Als het zo doorgaat wordt hij straks een bedelaar.   In Brussel zit een Europese ambtenaar. Hij luistert niet naar de lokale klachten. Onhoorbaar is de

Van maalmes tot messenmolen Het wentelt om zijn as met doorsnijdende wieken, En draait. Het wervelt en het snijdt, zij het geen hout Het maalt, verslindt, herleidt karkas tot vlees en smout En rijt het vlees uiteen van ’t vroege ochtendkrieken   Tot avondnieuws de slachters-business komt verzieken Hatsjie! De vogelgriep is

De vette geur van een trombose Voel je stroperig bloed in al je aders kloppen? Heb je verhoogd gehalte van cholesterol? Van vet, verborgen suiker, te veel  alcohol? Kijk uit want al uw vaten zijn aan het verstoppen,   Met klonters en met stolsels en geronnen proppen. Becel treedt proactief in ’t

Een Halen, Twee Betalen O prachtig Land van Vlamingen en Walen! Wat is uw lach zo oorverdovend uitgegalmd. Een zwarte rook komt uit de schouwen op gewalmd. In alle talen zijn verzwegen de schandalen.   De inboorling is blij met spiegels en met kralen. Door maffia is heel het land stil ingepalmd. We

Wie betaalt het gelag? Het licht gaat uit in vensters van de boerenhoving, Bij de teloorgang van het oude stamboekdier. Herinner jij je Herman nog de superstier? Zijn op het beeldscherm uitgezonden zaadberoving?   Geen prinsenhuwelijk, geen plattelandsverloving, Geen praal van woorden, hol gelach noch goede sier, Het einde van de rit en

Zeppelin De boer staart noodgedwongen naar zijn open veter. Terwijl de opruimdienst zijn stal komt plunderen, Met deurwaarder ter telling van de runderen, Aanwezig in de sanitaire perimeter.   De slacht dient geen belang, en niemand wordt er beter Van, maar ’t doet de schare journalisten  glunderen. Wanneer schaapachtige agenten staan te blunderen, Van

Slachtpauze Het varken kreeg respijt, werd zienderogen vet, Met ongekende concentraties dioxine. Het wentelde en keerde zich in stalurine. Het lag te sterven en begaf zieltogend het.   Te laat voor slachten en te dik voor warenwet, Ik zag het in een televisiemagazine: Je kunt er van op aan: hier helpt geen aspirine. Het

Groenbeleid Minister Magda Aelvoet van Andérs Gaan Leven Verslikte zich bijna en kokhalsde volop. “Ononderzochte stalen van bij Hanekop?” Ze zet haar kopje neer. Haar beide handen beven   Moet ik mij zelve naar het rampgebied begeven? Zij tast haar hals af want haar keel zit in een strop. Het kopje valt van

Gifgroen Het gif zoekt zich een weg omhoog in voedselketen: Daar wordt het pluimvee weer bij tonnen weggevoerd, Naar slacht en vilbeluik. Er wordt geouwehoerd. Op straat, in ‘t parlement weerklinken woeste kreten.   Minister Aelvoet klinkt een klein beetje versleten: “Het varkensspek is veilig tot en met het zwoerd. De volksgezondheid is