HomeScheurkalender

Scheurkalender

Brinken Een duister land van eeuwenoude dodenakkers, Sinds oertijden opeengestapeld laag op laag, Uit het verleden rijzend hoog tot op vandaag, De eerste veetelers, de vroege pottenbakkers.   Gevolgd door keuterboeren, pachters, landbouwvakkers. Meanderwater stroomt voorbij breeduit en traag. Het legt zich om de terpen in een lage hinderlaag, Voor primitieve stumpers en verdoolde

Oranje bruin in ’t paarse land van Wimmetje: Je wordt er gek van het gedraaf en het gehol, En horendol, want heel het land is barstensvol. Van Leefbaar Nederland blijft nog een schimmetje   Verschijnt daar op het scherm alweer niet Pimmetje! Het is weldra voorbij met ouderwetse lol, In ‘t saaie

Door merg en been gaat op de Nederlandse pleinen Bloedstollend, oorverdovend akelige schreeuw. Zo schreit de moegetergde Nederlandse leeuw. Geteisterd, afgeschaft zijn de cultuurdomeinen,   Nu rechts subsidiepotten duchtig wil verkleinen. Het is de schande van de schaamteloze eeuw. Verstoken is de Fries, de Limburger, de

De laatste keer dat ik een werkelijke vlinder Zag, was ik één moment in ban van ’t ogenblik. Geboeid, en zelfs tot tranen toe ontroerd was ik Geluksmoment is weggelegd voor goede vinder.   ’t Verschalken van de tijd, de grote klokopwinder! Wie weet nog van het zingen van de

Wat voor een schaduw ligt daar over lage landen? Daar drijft een bruine bui en breidt zich immer uit, Vermengd met zwaveldamp van knallend wapenkruit, En rookpluimen van aangestoken woningbranden.   De ingestorte daken en beroete wanden, Met half gesloopte pui of ingeslagen ruit, Het platteland

Hoezeer ook Liechtensteinse koorts mag overkoken: Het mond- en klauwzeer is een overschat gevaar, In vergelijking met de duivelskunstenaar, De dichter die in grote woede is ontstoken.   Marforio in vuurwerkkunsten uitgebroken. Zijn vierspan won het op een ros van zessen klaar. Zichzelf heeft ingehaald de woordentovenaar, Door woordenstrijd witheet tot gloeien op

Marforio, hou op met zeuren en met simpen. We zijn er nu wel achter dat je godsdienst haat, En een bloedhekel hebt aan iedere fanaat. Zoals je nu weer tegen moslims staat te schimpen!   Ach laat uw hartstocht koelen en uw walg inkrimpen. We leven

Geraaskal van een paddofreak als nooit tenvore! Veel larie en apenkool, geouwenhoer, gelul , Gestoofde kut met pere.  Hope  flauwenkul . De tussen-n. Een gruwel. Niet om aan te hore!   Ik ben mijn spellingzekerheid erbij verlore. Ik had ooit een tien en ik pak nu

Waar kan ik nu mijn wrevelpijlen nog op richten? Wie kan ik nog met vloek en anathema slaan? De kandidaten mogen in de rij gaan staan. Niet dringen, want we hebben volop bliksemschichten,   En dozen vol met flitsen en met onweerslichten; Wat onheilsboodschappen, een woordenvloedorkaan,

Marforio, ik kom terug op senza fine. “Het is een eindeloos want steeds herhaald verhaal En op de duur wordt het een klein beetje banaal,” Zo zei onlangs Zuster Maria Margarine.   Ze wees op je gebruikelijke contramine En je gebruik van ongebruikelijke taal, Je oorverdovend overdreven woordkabaal, Je onophoudelijke