Volgens sommigen Wat Chaeng

De mooiste tempel van Bangkok bevindt zich aan de overkant van de rivier, als je van het centrum komt. Er is een veerboot die op zich al een belevenis is, en er lopen overal saffraankleurige monniken rond, waaronder een aantal jong en aantrekkelijk, sommige oud en versleten, met weinig tussenin.

Hoe je er komt is dus al een onderdeel van de pret. Het centrale gebouw is een Prang, een toren zeg maar, van zo’n tachtig meter hoog, in het vierkant omgeven door vier kleinere prangs. Die centrale toren met de afgeronde top is van ver te zien, en vormt sinds tweehonderd jaar de icoon van Bangkok. Indrukwekkend, ontroerend en beklijvend als ervaring.

Het bouwwerk is zo een tweehonderd jaar oud, maar het ziet er goed onderhouden uit. Op zich is het een grotendeels massieve opstapeling van steen en gips, in het wit met kleurtjes. Pas als je er met je neus op staat, zie je dat al die lagen van het gebouw uitbundig met porseleinfragmenten versierd zijn. Bordjes en kopjes, tegeltjes en plintjes, in brokken gebroken en als een mozaïek door anonieme arbeiders in elkaar gepast volgens welbepaalde patronen.

Dat vind ik nu zelf het mooie van dit bijzondere monument: die schaaltjes en scherven, afkomstig van verschillende origine, als hadden vele gezinnen na een huishoudelijke ruzie hun serviezen geschonken. Volgens Wikipedia was de faience oorspronkelijk afkomstig van Chinese porseleinschepen die hun onverkoopbare overschotten overboord kieperden. Ik weet het niet.

Mij doet het denken aan iets wat tot stand gekomen is doordat zeer veel individuen er toe bijgedragen hebben. Het zijn toch veelal brokstukken van – wellicht ooit gebruikt – huishoudelijk porselein die op een kunstige manier worden ingebracht in een stucco basis. Er zit een stuk herhaling in het gebruikte motief, maar elk fragment is toch ook uniek zoals de foto’s mogen getuigen.

De tempel is een collectief gebeuren is, waar het volk zich omheen schaart, om te strelen en te koesteren. De versiering weerspiegelt het aardewerk dat elke dag bij mensen thuis op tafel komt of kwam. Er treedt een collectief naar voren, waarin het individu verdwijnt. Elke splinter heeft zijn of haar plaats in het geheel. Het doet me denken aan het werk van Kristien Deneve.