Carnaval in Aalst: besluit

27 februari 2020

Er zijn nu eenmaal mensen die niet met alles kunnen lachen en die daar toch bedenkingen bij hebben als een broedervolk op de korrel wordt genomen, dat een volksuitroeiing overleefd heeft. Ik vind dat deemoed en ontzag meer op hun plaats zijn dan de onbedaarlijke bulderlach van het Aalsters carnaval.

We maken ons hier te lande met onze opinie dienaangaande niet populair, maar dat moet dan maar. Er zijn dingen waar je niet mee spot. Het spijt me, maar het is echt zo. We lachen niet met degenen die zich niet kunnen verdedigen, zoals mensen met een beperking of vreemdelingen die hun weg zoeken. We lachen ook niet met slachtoffers van de volksslachting.

Ook de lach heeft zijn grenzen.Je kunt lachen met een kleuter die valt, maar je moet hem of haar toch ook niet uitlachen, want daar loopt hij of zij ook niet beter van. Daar ligt ergens een grens tussen lachen en uitlachen die we niet moeten overschrijden omdat het dan kwetsend wordt. Dat is een mooie algemene regel die we hier alleen ook specifiek op de overlevenden van de Holocaust zouden willen toepassen.

Het is zowat de enige doelgerichte inperking op de vrije meningsuiting die de wet kent, en waar ik me dan ook bij neerleg, hoezeer ik ook die vrijheid zelf beleef, eer en verdedig. De wet is de grondslag van de rechtstaat en is zelf democratisch tot stand gekomen in de verschillende landen, maar ook Europees en internationaal.

Persoonlijk vind ik het verbod op de loochening van de Holocaust een goede wet, maar ook als ik dat niet vond, zou ik ze als democraat toch moeten aanvaarden. De vraag is dus niet zozeer wie zich allemaal gekwetst mag voelen, maar vooral of de wet geëerbiedigd is. Daarin heeft het beleid van Aalst, wat mij betreft, gefaald in al zijn koppigheid.

Ik zeg nu niet dat het tot vervolging had moeten komen. Er is nu een teleurstellend rapport van UNIA, de organisatie die in België over het racisme gaat, dat naar mijn mening onvoldoende doortastend is wat betreft de toepassing van de genocidewet. Ik blijf daar op mijn honger zitten, maar tot slot roepen ze op tot dialoog, en daar ben ik toch ook altijd voorstander van. Ik zal de zaak dan ook laten rusten, al blijf ik wel met een onvoldaan gevoel zitten.

 

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ook interessant?

Aimé Desimpel

Aimé Desimpel

Aimé Desimpel De beuk moet in de illegale weekendhuizen! Maar overeind staat zonevreemde stoeterij. De heren eten in...

Eén april

Eén april

Eén april Nu ook al in de ochtendkrant sonnetten staan, En Bancontact bedienden voor het scherm opstelt, Die oudjes...

Brinken

Brinken

Brinken In Groningen bestaan ze nog de dodenakkers. Of oer-Keltische hoopjes stapels laag op laag, Uit vroeger tijden...