Home2018februari

februari 2018

De woorden die op niets en nergens willen rijmen: De schaduw die de bliksem werpt als hij weer licht, Het weerlicht dat de lucht doorklieft in zigzagschicht, Ontladingen die opgestookt door zwerken vlijmen,   En wonden in de aarde slaan die niet te lijmen zijn. Onheil heeft het onweer al om

  Gevonden niet het woord, maar veeleer aangetroffen. Je hebt een voorstelling van iets dat je niet vindt, Want jij hebt jezelf op dat idee vastgepind, Maar wat je aantreft is telkens onovertroffen.   De sof en de ellende valt niet bij te sloffen. Het leven is een zich vertakkend labyrint. Dat telkens

27 Februari   "In bloei de rozenstruik, de nachtegaal is dronken." In schenkhuis schitterend van fonkelende schijn Weerklinken blaasriet, snaren en de tamboerijn. Het ene na het ander glas wordt uitgeschonken,   De glazen randen rinkelend aaneengeklonken. Er valt een rode traan in roemer vol van wijn, Lost er in op als vreugde in

[fusion_builder_container hundred_percent="no" equal_height_columns="no" menu_anchor="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" class="" id="" background_color="" background_image="" background_position="center center" background_repeat="no-repeat" fade="no" background_parallax="none" parallax_speed="0.3" video_mp4="" video_webm="" video_ogv="" video_url="" video_aspect_ratio="16:9" video_loop="yes" video_mute="yes" overlay_color="" video_preview_image="" border_size="" border_color="" border_style="solid" padding_top="" padding_bottom="" padding_left="" padding_right=""][fusion_builder_row][fusion_builder_column type="1_1" layout="1_1" background_position="left top" background_color="" border_size="" border_color="" border_style="solid" border_position="all" spacing="yes" background_image="" background_repeat="no-repeat" padding_top="" padding_right=""

26 Februari   Twee opbergdozen heeft mij God ter hand gegeven Hij zei erbij: je bergt je zorgen in de zwarte, Je vreugden in de gouden doos, neem dit ter harte Zo borg ik zorg en vreugde op al heel mijn leven   De gouden opbergdoos werd zwaarder om te heven Van blijde

[fusion_builder_container hundred_percent="no" equal_height_columns="no" menu_anchor="" hide_on_mobile="small-visibility,medium-visibility,large-visibility" class="" id="" background_color="" background_image="" background_position="center center" background_repeat="no-repeat" fade="no" background_parallax="none" parallax_speed="0.3" video_mp4="" video_webm="" video_ogv="" video_url="" video_aspect_ratio="16:9" video_loop="yes" video_mute="yes" overlay_color="" video_preview_image="" border_size="" border_color="" border_style="solid" padding_top="" padding_bottom="" padding_left="" padding_right=""][fusion_builder_row][fusion_builder_column type="1_1" layout="1_1" background_position="left top" background_color="" border_size="" border_color="" border_style="solid" border_position="all" spacing="yes" background_image="" background_repeat="no-repeat" padding_top="" padding_right=""

25 Februari   Met God heb ik uitvoerig zitten kakelen, Vanavond tijdens een schaduwpartijtje schaken. Hij speelde wit, terwijl wij over vroeger spraken, Herinneringen zaten op te rakelen,   Geschiedenissen aan elkaar te schakelen… Om onverminderd op het vierkant bord te waken. Hij liet geluidloos al zijn vingerkootjes kraken, Begon dan weer in uitspraken te

Dubbele ontkenning Iedereen bedankt voor de vele reacties en inhoudelijke aanvullingen. Blijkbaar is er toch hier en daar een snaar geraakt. Dat is het leuke van internetten: de respons die je krijgt, als andere mensen het eens of oneens zijn, dat maakt niet uit. We leven

Een eeuwig dilemma Wat we zijn, weten we op grond van onze ervaringen in het verleden. Wat we worden, weten we nog niet. Daarvoor moeten we naar de toekomst kijken, en die is grotendeels onbekend. We kunnen hem wel deels voorspellen, maar we hebben nooit alle

24 Februari       Marf kent geen God in 't diepst van zijn gedachten,                                       En als hij kwam dan zette hij Hem uit, “Want rondom Hem ruikt het te vaak naar kruit,” En op Zijn eeuwigheid wil Marf niet wachten!”   Je wordt er moe van, al dat moorden, slachten, En beu gehoord de